Het geheim van het katholiek sociaal denken

Waarom we ons inzetten voor elkaar

Waar komt die behoefte vandaan om elkaar te helpen? Daar zijn vele antwoorden op mogelijk. Eentje is te vinden binnen het katholiek sociaal denken. En nee, je hoeft echt niet katholiek te zijn om daarin iets van jezelf te herkennen. Integendeel. Een interview met theoloog Erik Borgman.

Hoe komen we aan de behoefte om naar elkaar om te zien?

‘Soms wordt gedacht dat die neiging ons moet worden aangeleerd of opgelegd. Maar in feite zithet gewoon in ons. Stop mensen bij elkaar en je krijgt een samenleving. Misschien slaan we elkaar af en toe de koppen in en beconcurreren we elkaar. Maar de kans is groter dat we ons met elkaar verbinden. We kunnen in zekere zin niet anders, omdat we niet alles zelf kunnen en elkaar nodig hebben. We beginnen het leven zelfs als wezens die niet voor zichzelf kunnen zorgen. Later ruilen we zaken uit: ik krijg geld voor het werk dat ik voor jou doe en daarmee laat ik een huis bouwen – omdat ik dat zelf niet kan. Maar er is meer. We gedijen nou eenmaal beter met de ander. We zijn liever niet alleen. We voelen ons gelukkiger als we de ander iets geven, in plaats van alleen maar te krijgen.’

Wat heeft dit te maken met het katholiek sociaal denken?

‘Een van de meest fundamentele uitgangspunten van het katholiek sociaal denken is dat mensen sociale wezens zijn. Wij zijn als mensen gemaakt om met elkaar een goede samenleving te vormen. Dat is geen doel of middel, het is het leven zelf. We hoeven er dus niet toe verplicht te worden door de overheid en het dient niet om rijk, machtig of beroemd te worden. We kunnen niet anders dan sociaal zijn. Het zit gewoon in ons. Het zit in onze natuur, waardoor je als het ware niet anders kunt dan daaraan gehoorzamen. Goed leven betekent dan ook: goed samenleven. Dat erkennen is wat het katholiek sociaal denken in de kern doet.’

Wat is katholiek sociaal denken?

‘Het is allereerst een manier om naar leven en samenleven te kijken. Uit die manier van kijken volgt dan dat je eigen verantwoordelijkheid draagt. Dat je rekening houdt met anderen omdat je met elkaar een gemeenschap vormt. Dat je samen aan die gemeenschap bouwt. En dat iedereen telt als waardig mens. Niet als opgelegde plicht, maar als vervulling van je mens-zijn.’

Hoe is het katholiek sociaal denken ontstaan?

‘Paus Leo XIII schreef een encycliek – een officiële rondzendbrief – hoe de kerk tegen sociale vraagstukken aankijkt. Die brief vertolkte het formele standpunt van Rome over het arbeidersvraagstuk. Het was 1891, de tijd dat de samenleving meer rijkdom produceerde, maar er tegelijkertijd meer armoede was. Dat kon nooit de bedoeling zijn: dat degenen die de rijkdom helpen produceren, daar zelf arm van worden – zo was de fundamentele gedachte. De samenleving is er toch voor dat iedereen goed kan leven? De encycliek was een reactie op het arbeidersvraagstuk en de paus bouwde ermee voort op gedachten die er al waren over de samenleving. Het katholiek sociaal denken werd nog niet als eigen traditie benoemd.’

Wanneer kreeg het daadwerkelijk die naam?

‘Veertig jaar later kwam er een tweede brief. Die kwam voort uit grote zorgen om de samenleving die uit elkaar dreigde te vallen. Dat was de tijd dat het fascisme op kwam zetten. Vanaf dat moment zie je een meer bewuste traditie ontstaan. In de jaren 60 maakte het denken een sterke ontwikkeling door. Paus Johannes XXIII plaatste dat denken zelfs in internationaal verband. Hoe gaan we om met de kwestie rijke en arme landen? Paus Paulus VI en Paus Johannes Paulus II breidden dat verder uit. In 2004 is er een officieel Compendium van de Sociale Leer van de Kerk samengesteld.’

Waarom heet het katholiek?

‘Allereerst door zijn historische oorsprong: het is uit de katholieke kerk voortgekomen. Het is een traditie die groeide vanuit de katholieke kerk. Het is dus geen geloofsbelijdenis of een begrip dat ons terugleidt naar Bijbelse notities. Maar een inzicht in én voor de samenleving dat de kerk aanbiedt aan iedereen van goede wil.’

Moet je katholiek zijn om katholiek sociaal te kunnen denken?

‘Je hoeft niet te geloven in een God om het katholiek sociaal denken te geloven – om het zo maar te zeggen. Het is niet zo dat het iets is van alleen de katholieken en dat zij zich daarmee onderscheiden van de rest van de mensheid. Het is eerder het tegenovergestelde. Het katholiek sociaal denken wijst ons een weg om ons weer te verbinden met waar we los van zijn geraakt in de wereld. Zoals dat wij erop gericht zijn voor elkaar te zorgen en dat wij daarin de zin van ons leven vinden. Het is een poging om orde aan te brengen in wat voor veel mensen aanvoelt als chaos: ik heb het verlangen een goed mens te zijn, maar ik moet toch ook zelf gelukkig worden. De kerk nodigt de mensheid als het ware uit: we hebben het goede met u voor, loop met ons mee en je kunt inzien dat je geluk bestaat in de verbondenheid met anderen. Zo is het zowel een inzicht in de samenleving als een moreel kompas dat richting helpt geven aan de keuzes die je maakt.’

Waarom zien we het katholiek sociaal denken steeds vaker opduiken?

‘Misschien wel als antwoord op gebrek aan maatschappelijke visie. We kunnen het ons vandaag de dag nog maar nauwelijks voorstellen dat we in beginsel een samenleving zijn, omdat we onszelf als individuen zijn gaan beschouwen. Je ziet dat bijvoorbeeld aan hoe we tegen relaties aankijken: we beschouwen die als contracten. Bevalt het contract niet meer, dan zeg je dat gewoon op. De worsteling zie je bijvoorbeeld rond het vluchtelingenbeleid. Mensen reageren met: ik heb met jou niks te maken, je bent hier zelf gekomen, zorg dan ook maar voor jezelf; ik wil eigenlijk niet eens dat je hier bent. Maar we delen een gezamenlijke ruimte, we zijn een gemeenschap. Of je nou wil of niet. Die gegevenheid is een fundamenteel punt van het katholiek sociaal denken. We hebben het met elkaar te rooien en laten we eens kijken hoe we dat doen. We zijn van elkaar, hoezeer we dat soms ook niet willen. Laten we kijken hoe er goed samen te leven valt, wetende dat het sociale van zichzelf goed is.’

Wat is het grootste misverstand rond het katholiek sociaal denken?

‘Dat het een soort programma is. Een uiteenzetting: als we deze stap zetten, dan komen we vanzelf bij een goede samenleving uit. Zo is het niet. Het is een manier van kijken en het handelen vloeit daaruit voort. Door goed samen te leven ontstaat de goede samenleving. Dat is anders dan zeggen: laten we eens kijken wat de problemen zijn. En dan gaan we tegen mensen zeggen wat ze moeten doen om deze op te lossen. Er is niet één norm. Als je de samenleving ziet als een orkest, is er niet één partituur die iedereen speelt. Ik zie ons meer als een jazzorkest: iedereen doet iets en reageert op de ander en dan wordt het muziek. Dát is samenleven. Katholiek sociaal denken is ook niet roepen dat we er altijd voor de ander moeten zijn. In mijn optiek is de kern dat we onszelf plaatsen in een ruimte waar de anderen ook zijn. Een weigering dus om je op jezelf terug te trekken.’

Staat het katholiek sociaal denken onder druk?

‘Ja en nee. Het zal niet snel verdwijnen omdat het uit een oude traditie voortkomt – en dat is niet voor niks. Tegelijkertijd wordt het voortdurend bedreigd. Op dit moment is perfectionisme de grootste bedreiging. De boodschap is dan: laat ons als overheid dat omzien naar elkaar maar organiseren en controleren, dan weten we zeker dat het goed gebeurt. Dat is funest. Je zegt daarmee tegen mensen: hoe jullie dat doen, dat is maar een rommeltje, dat gaan we professionaliseren. Dat maakt mensen onmachtig. Het onteigent hen van hun eigen verantwoordelijkheid en hun eigen kunnen. We moeten leren om genoegen te nemen met de imperfectie. Dan kan het toch perfect zijn voor ons, imperfecte mensen als wij zijn. We moeten niet gelijk ingrijpen als het dus niet optimaal is georganiseerd. Dat neemt mensen de verantwoordelijkheid uit handen. Juist die eigen verantwoordelijkheid zit diep in het katholiek sociaal denken verankerd. Door mensen de kans te geven om zelf te handelen zullen ze niet alleen eerder die verantwoordelijkheid nemen. Het spreekt ook vertrouwen uit: je kunt het.’

Aan welke diepste wens raakt het denken?

‘Aan een fundamenteel verlangen om mee te doen in de samenleving en je volledig te kunnen ontplooien. Als je mensen die mogelijkheid onthoudt, zie je ook de maatschappelijke reactie daarop. Ze roepen bijvoorbeeld: nou ben ik aan de beurt. Vervolgens kiezen ze voor een politieke partij die dat wel even voor hen gaat regelen – verwachten ze. Het katholiek sociaal denken ziet de mensen zelf juist als bouwers, als medearchitecten van de samenleving die van ons állemaal is. En niet van de mensen die daarvoor een plan, beleid of verkiezingsprogramma maken. Mensen verlangen ernaar om mee te doen en mee te bouwen aan de samenleving.’

Op welke andere gedachten kan het katholiek sociaal denken je brengen?

‘In het gedachtegoed zit veel waar je je aan kunt spiegelen, waardoor je dingen anders kunt zien en doen. Neem de menselijke waardigheid. We vinden het heel vanzelfsprekend dat je een mens niet instrumenteel gebruikt om je doel te bereiken. Toch doen we dat. We praten over scholing alsof die ervoor moet zorgen dat de economie zich ontwikkelt. Natuurlijk is het zo dat beter opgeleide mensen voor een betere economie zorgen. Maar dat is in beginsel niet het doel van het onderwijs. Doel is dat mensen zich kunnen ontplooien, volwaardige mensen kunnen worden en zo bijdragen aan het goede leven, van anderen en van zichzelf.’

Wat zou er nog meer anders kunnen gaan?

‘Het katholiek sociaal denken gaat ervan uit dat iedereen een toevoeging is in de samenleving. Niemand is een probleem. Iedereen kan iets brengen. Stel dat je er vanuit die optiek voor gaat zorgen dat een zwerver geen zwerver meer is. Dan doe je dat niet omdat hij dan niet meer in je portiek piest, maar omdat hij de samenleving iets te bieden heeft. Dat is moeilijk te zien en het is in zekere zin gebaseerd op geloof: het geloof dat we allemaal potentieel bijdragen aan de samenleving. Het goede ontstaat als iedereen de kans krijgt het goede te doen en daar ook de verantwoordelijkheid voor neemt.’

Zitten er voorbehouden in het katholiek sociaal denken?

‘Niet in de zin dat het voor bepaalde mensen niet zou gelden. Het geldt ook voor mensen die met hun voortdurend huftergedrag jou ervan willen overtuigen dat ze niet van waarde zijn. Dat is ook de reden dat we in de gevangenis mensen beschermen, terwijl zij zelf het contract met de rechtstaat opzeggen. Wij zeggen: het blijven levende zielen en bieden er zelfs geestelijke zorg aan. Natuurlijk kun je ook zeggen: je bent een misdadiger, dus je hebt je ziel verspeeld. Maar dat zeggen we niet, en terecht. We zeggen: ieder mens is van waarde en ik kom bij jou langs.’

Kun je ook tegen het katholiek sociaal denken zijn?

‘Ja natuurlijk. Je kunt het te optimistisch vinden. Je kunt vinden dat het mensen te veel de ruimte geeft om de kantjes er vanaf te lopen. En dat er dingen fout kunnen gaan. Maar als we er nou eens vanuit gaan dat er altijd dingen mis kunnen lopen? Dat zondigheid en kwaad nou eenmaal des mensen is? Er gaan ook mensen dood in veilige ziekenhuizen. Het zal altijd zo zijn dat dingen niet goed gaan. Dat is een gegeven. We investeren veel tijd, geld en energie om dat te voorkomen, maar dat lukt ons niet. Wat mij betreft bevrijdt het katholiek sociaal denken ons van onze onrealistische hang naar perfectie.’

Is er in het gedachtegoed nog ontwikkeling?

‘Recent heeft paus Franciscus een encycliek over het milieu geschreven. Hij legt daarin de verbinding tussen milieuproblematiek en de sociale kwestie. Dat is nieuw binnen het katholiek sociaal denken. Het komt erop neer dat de aarde zijn eigen waardigheid heeft. En dat de gemeenschap groter is dan de mens: we leven ook samen met de schepselen die wij meestal tot ‘de natuur’ rekenen. Dat de natuur deel uitmaakt van onze gemeenschap is een belangwekkende gedachte die ons kan helpen werkelijk anders om te gaan met de aarde als ‘ons gemeenschappelijke huis’, zoals de paus schrijft. Dat is een heel andere benadering dan de abstracte en instrumentele opdracht om de CO2-uitstoot naar beneden te brengen.’

Heeft het katholiek sociaal denken onderhoud nodig?

‘Ik denk dat het essentieel is om steeds zichtbaar te maken wat de waarde is van het gedachtegoed – en waarom. En om met elkaar te blijven discussiëren over hoe we aankijken tegen de samenleving en hoe we die samenleving kunnen koesteren. Juist omdat je er zo verschillend over kunt denken.’

Kun je je als niet-gelovige door het gedachtegoed laten inspireren?

‘Jazeker. Misschien wel juist ómdat je niet gelovig bent. Het verrijkt je. De katholieke traditie gaat ervan uit dat mensen zich gelovig gedragen. Zonder dat ze het echt kunnen uitleggen waarom, doen ze het goede omdat het een deel van henzelf geworden is. Dat geldt voor alle mensen. Soms helpt het geloof om uit te leggen waarom ze het goede doen. Maar om het goede te doen heb je de katholieke identiteit niet nodig.’

Gaat het misschien niet zozeer om geloof in God, maar om geloof in het goede?

‘Het zou kunnen dat we een verkeerd beeld hebben van wat geloof is. Misschien is het de verkeerde vraag of God bestaat. God is ook niet afhankelijk van of wij in hem geloven; we moeten op hem reageren. Misschien is geloven wel dat doen waarvan je – vanuit een bepaalde visie – inziet dat het zinvol of zelfs nodig is.’