Hoe groot is de zwerfjongerenproblematiek

In ons land zijn meer dan 12.000 zwerfjongeren (CBS, 2016). Zij zijn een bij uitstek kwetsbare groep. Ze worstelen vaak met meerder problemen tegelijkertijd. En de hulp aan hen schiet vaak te kort. Zonder adequate hulp komen zij hun problemen zelden te boven.

Vangnet ontbreekt

Zwerfjongeren zijn een bij uitstek kwetsbare groep. Ze zijn jong en nog volop in ontwikkeling. Ze worstelen vaak met meer complexe problemen tegelijk, zoals schulden, gebrek aan levensvaardigheden en middelengebruik. Sommigen mijden hulp. Een goed werkend vangnet ontbreekt. En bij veel jongeren is er een gebrek aan een goed rolmodel.

Hulp vaak versnipperd

Zwerfjongeren zijn jongeren voor wie niemand meer de verantwoordelijkheid neemt. Dat betekent dat de overheid en hulpverlening die taak moeten vervullen. Maar de hulp is vaak versnipperd en er is vaak te weinig aandacht voor een integrale aanpak van de meervoudige problemen van deze jongeren.

Uitzichtloze situatie

Zwerfjongeren die geen adequate hulp krijgen, komen op eigen kracht hun problemen zelden te boven. Zij komen daardoor vaak terecht in uitzichtloze situaties. Ze maken nauwelijks kans op werk en inkomen en lopen een groot risico om op straat terecht te komen. Dit is in eerste plaats voor de jongeren zelf een uitzichtloos en ellendig vooruitzicht. Maar ook voor de samenleving levert dit veel problemen op.

Vaak onderliggende problemen

Onder de zichtbare problemen, zoals schulden en geen thuis, liggen veel onderliggende problemen. De jongeren hebben bijvoorbeeld een diepgewortelde kwetsbaarheid. Bij velen is er sprake van onverwerkte emoties uit het verleden. Ook zijn er weinig levensvaardigheden. De meeste kinderen krijgen kennis over praktische zaken vanzelfsprekend mee in hun opvoeding. Zoals omgaan met andere mensen, omgaan met geld en het ontwikkelen van toekomstperspectief. Bij veel thuisloze jongeren is dit niet of onvoldoende gebeurd. Dit zorgt ervoor dat meedoen in de maatschappij moeilijk is.

Hulp gaat voorbij aan zelfstigma

Het gevoel buiten de maatschappij te staan, leidt bij veel jongeren tot een zelfstigma, het gevoel dat niets lukt. Alles samen maakt dat ze weinig of geen vertrouwen hebben in hun eigen kunnen. De meeste jongeren hebben geen beschikking over een betrouwbaar netwerk. Daarentegen hebben ze wel veel ervaring met hulpverlening. Een veel gehoorde kritiek op de geïnstitutionaliseerde zorg, is dat er voor praktische vaardigheden tijdens de begeleiding en behandeling te weinig aandacht is.