Wanneer is iemand kwetsbaar?

Kwetsbaarheid is een moeilijk begrip om te definiëren. Niet alles in de wereld is in een waarde uit te drukken. Bovendien, is niet iedereen bij tijd en wijle wel eens kwetsbaar? Toch weten wij intuïtief heel goed welke groepen kwetsbaren wel tot onze doelgroep behoren en welke niet. Wij zijn daarom op zoek gegaan naar een soort meetlat waarlangs wij de manier waarop wij kijken naar kwetsbaarheid kunnen operationaliseren. Dat voelt wat kil aan -ook voor ons- maar blijkt in de praktijk een goed handvat.

Hulpbronnen

Kansfonds definieert kwetsbaarheid op basis van de aanwezigheid van vier hulpbronnen: persoonskapitaal, sociaal kapitaal, economisch kapitaal en cultureel kapitaal. Wij ondersteunen projecten die zich primair richten op mensen die twee of meer hulpbronnen missen.

Persoonskapitaal

Dit verwijst naar de verdeling van lichaamseigen kenmerken waar mensen maatschappelijk voor- of nadeel aan kunnen ontlenen. We onderscheiden drie subtypen:

  1. Fysiek kapitaal
    Hieronder valt lichamelijke kracht of juist fysieke klachten en beperkingen.
  2. Mentaal kapitaal
    Dit heeft betrekking op allerlei psychologische eigenschappen. Ben je slim, sociaal intelligent? Beschik je over zelfvertrouwen, doorzettingsvermogen en empathie? Maar ook psychische klachten.
  3. Esthetisch kapitaal.
    Dit gaat over kenmerken waardoor anderen je als aantrekkelijk ervaren. Dit kunnen zowel fysieke als psychologische aspecten omvatten. Denk aan lichaamsproporties, gezichtssymmetrie, haartype, uitstraling en kleding.

Alle drie de vormen van persoonskapitaal zijn contextafhankelijk. Ze zijn waardevoller naarmate ze beter aansluiten bij de normen in de omgeving. Binnen persoonskapitaal gaat het Kansfonds met name om fysiek en mentaal kapitaal.

Cultureel kapitaal

  1. Hiertoe rekenen we in de eerste plaats taal en communicatie. Naast accenten, woordenschat, dialecten en grammatica kan men hierbij ook denken aan de beheersing van het Engels, meertaligheid en digitale vaardigheden (informatie kunnen vinden op Internet, alert zijn op computercriminaliteit, profilering op sociale media).
  2. Het tweede subtype betreft de distinctie tussen ‘hoge’ of ‘lage’ cultuur: verschillen in goede smaak, de juiste voorkeuren, culturele kennis, en disposities.
  3. De derde vorm van cultureel kapitaal is symbolisch: de reputatie die iemand geniet (waaronder aanzien, beroemdheid en beruchtheid), titels (adel of academisch) en eretekenen (onderscheidingen, toegekende prijzen).

Binnen cultureel kapitaal gaat het Kansfonds met name om het ontbreken van de hulpbron taal en communicatie.

Sociaal kapitaal

Dit gaat om de sociale en de instrumentele steun die mensen aan hun netwerken ontlenen.

  1. Sociale steun heeft betrekking op emotionele hulp door vrienden, niet-professionele zorg via vrijwilligers of familie, enzovoorts.
  2. Instrumentele steun betreft de mogelijkheden die het netwerk biedt om doelen als een betere baan te realiseren, en hangt vooral samen informatie- en controlemogelijkheden, en connecties met invloedrijke of kapitaalkrachtige personen.

In beide gevallen is zowel de toegang tot, als het feitelijk gebruik van de steun van belang.

Economisch kapitaal

Bij economisch kapitaal wordt de mate van onderwijs en beroepsvaardigheden gezien als belangrijke voorwaarden voor de beroepskeuze en de loopbaan. Deze werken door in de inkomens- en vermogenspositie.