Asiel voor de geest

Vrouwen zijn in veel landen tweederangsburgers. Overgeleverd aan de grillen en het geweld van mannen. Als zij als vluchteling naar Nederland komen, krijgen zij de kans op een beter leven – voor zichzelf en hun kinderen. Maar daarvoor moeten ze eerst oude denkbeelden loslaten en nieuwe omarmen. Mastoora Sultani richtte hiervoor de stichting Femina op. Haar eigen achtergrond als vluchteling bepaalt haar koers.

‘Vrouwen zijn gelijkwaardig aan mannen. En moeten kunnen beslissen over hun eigen leven. Met die overtuiging ben ik opgevoed. Dankzij mijn ruimdenkende ouders had ik in Afghanistan een jeugd vol liefde en vrijheid. Maar toen kwamen de jihadisten aan de macht. Als je als vrouw geen hoofddoek droeg, kon je zó opgepakt worden. En was je als pubermeisje ongehuwd? Dan mocht een jihadist je als echtgenote claimen.’

Oprukkend fundamentalisme

‘Om zo’n claim te voorkomen, huwelijkten mijn ouders mij op mijn achttiende uit. Helaas geloofde mijn echtgenoot dat een goede man zijn vrouw moest corrigeren als zij zich onafhankelijk gedroeg. Hij begon me al binnen een maand te slaan. Toch stopte ik de relatie niet. Ondanks de mishandeling, ondanks de seks die ik niet wilde. Een scheiding zou de goede naam van mijn vader besmeuren. En ik hield zielsveel van mijn vader.

Waar mogelijk voer ik mijn eigen koers. Ik rondde een opleiding meteorologie af, vond werk en bleef zeggen wat ik dacht, binnen en buiten mijn huwelijk. Zo sprak ik mij openlijk uit tegen de verplichting een hoofddoek te dragen. De autoriteiten waren woest en gaven ons gezin 24 uur om Kabul te verlaten. Ook in de regio rukte het fundamentalisme op, dus vluchtten we verder. Per auto, per boot en soms 24 uur achter elkaar te voet, zonder te slapen, met vijf kleine kinderen. Peperdure smokkelaars begeleidden ons via Moskou naar Noord-Europa. Zo kwamen we in Nederland.’

‘Het helpt als iemand uit eenzelfde cultuur je de juiste weg wijst, besefte ik’

De weg wijzen

‘We vroegen in 2001 asiel aan en belandden in een asielzoekerscentrum. De opvang was goed, het land veilig en mijn kinderen hadden plezier op school. Ik praatte veel met andere gevluchte
vrouwen. De activiste in mij raadde hun aan geen huiselijk geweld en discriminatie te accepteren. Maar ondertussen werd mijn eigen man steeds gewelddadiger. De huisarts, de maatschappelijk werker: ze adviseerden me aangifte te doen en te scheiden. Maar deze stap was te groot.

Tot ik met mijn zus sprak, die al eerder naar Nederland was gevlucht. Zij benadrukte dat een man zijn vrouw in Nederland niet tegen mag houden of mag doden. Met haar steun durfde ik de stap toch te zetten. Het helpt als iemand uit eenzelfde cultuur je de juiste weg wijst, besefte ik. En ik besloot dat ik andere gevluchte vrouwen diezelfde hulp zou bieden.

‘Ik laat hen zien dat er een alternatief is. Dat niet alleen hun lichaam hier asiel krijgt, maar ook hun geest’

Dat doe ik sinds 2016 met mijn stichting Femina. Kort gezegd motiveer ik gevluchte vrouwen om te integreren in Nederland. Zéker degenen die het vanzelfsprekend vinden dat vrouwen minder rechten hebben dan mannen, dat meisjes besneden worden en dat echtgenoten slaan. Ik laat hun zien dat er een alternatief is. Dat niet alleen hun lichaam hier asiel krijgt, maar ook hun geest – als zij tenminste de vrijheid grijpen die Nederland biedt. Ook haalt de stichting vluchtelinggezinnen over om hulpverlening te accepteren. Zo voorkomen we dat hun problemen zich opbouwen en tot ontploffing komen, bijvoorbeeld in de vorm van geradicaliseerde kinderen.’

‘Ik wil nog zoveel meer doen met Femina. Maar daar heb ik wel versterking bij nodig. Ik ben hard op zoek naar iemand die de Nederlandse politiek en fondsen kent en kan helpen in het
management. Hopelijk kunnen we onze activiteiten in Groningen, Friesland en Drenthe dan
uitbreiden naar heel Nederland. Time-out-huizen opzetten om mishandelde, gevluchte vrouwen de rust en kracht te bieden om de controle over hun eigen leven te nemen. En veel meer vluchtelingvrouwen aan het werk helpen. Nu lukt het slechts twee procent een baan te krijgen. Dat is zonde. Voor alle vrouwen die hun kwaliteiten willen inzetten. En voor Nederland, dat hun enorme toewijding misloopt.’

Dit artikel verscheen eerder in de MEDE. Ontvang iedere kwartaal kosteloos het Magazine van Kansfonds.

Ik meld mij aan.