De levensles van Martin

Op mijn veertiende ging ik uit huis. Niet omdat het thuis niet fijn was, integendeel zelfs. Maar ik wilde mijn grote droom achterna: concertpianiste worden. Omdat het conservatorium in Den Haag zat en mijn ouders in Harderwijk woonden, kwam ik in een gastgezin terecht.

In het gastgezin zat ik niet op mijn plek, maar ik kon tijdelijk ergens anders wonen ter overbrugging. Daar ging het mis. De man misbruikte me. Middenin de nacht heb ik mijn spullen gepakt en ben ik weggegaan. Terug naar Harderwijk durfde ik niet, ik vreesde dat mijn ouders het verdriet niet aankonden. En zo belandde ik op straat. Veertien jaar oud. Vaak sliep ik stiekem in het conservatorium. Als dat niet lukte, zwierf ik nachtenlang door de stad.

Een van die eerste weken op straat overkwam me iets bijzonders. Er kwam een zwerver naar me toe. Martin, heette hij. Hij vroeg om geld. Ik had zelf al dagen nauwelijks geslapen of gegeten, dus hij irriteerde me. Ik snauwde dat hij moest oprotten, aangezien ik zelf niet eens geld had voor eten. Hij keek me geschrokken aan en zei: ‘Wacht hier!’. Na een paar uur kwam hij terug, zijn zakken vol muntjes. Speciaal voor mij bij elkaar gebedeld, zodat ik kon eten. Ik was sprakeloos, diep geraakt.

Iris Hond (1987) is concertpianiste. Naast gewone concerten, speelt ze ook in opvanghuizen, gevangenissen en ziekenhuizen voor mensen die haar aandacht en muziek extra hard nodig hebben. Om andere Nederlandse artiesten te inspireren dat ook te doen, startte ze in juli 2018 de Iris Hond Foundation.

Met dat gebaar gaf hij me alles. Een volle maag, maar ook het gevoel dat iemand naar me omkeek. Terwijl hij nota bene zelf helemaal niets had. Dat magische moment zette voor mij het leven in een nieuw perspectief. Juist de mensen van wie je het minst verwacht, kunnen je het mooiste geven. Namelijk: ik ben er voor je. Die levensles heeft mijn hart geopend, vooral voor de mensen naar wie niemand omkijkt.

Zo’n vier maanden lang leefde ik op straat. Mijn droom om concertpianiste te worden hield me op de been. En nuchter, want omdat ik voortdurend moest studeren bleef ik van de drank en drugs af. De piano en mijn ijzeren discipline hebben me gered.

Jarenlang heb ik mijn verhaal geheimgehouden voor mijn ouders, maar ik voelde dat ik ze daarmee de kans ontnam om mij écht te kennen. Daarom heb ik het ze een aantal jaar geleden verteld. Ze waren geschokt, maar gek genoeg hadden ze altijd al het gevoel dat er iets aan de hand was. Mijn vader zei zelfs dat ik er wel mooi piano door had leren spelen.

En hij heeft gelijk ook. Het was zeker niet de leukste tijd uit mijn leven, maar ik ben ervan overtuigd dat ik nu meer emotie in mijn muziek kan leggen, dat ik beter weet hoe ik mensen kan bereiken. En die levensles van Martin ben ik nooit vergeten. Daarom speel ik naast mijn gewone concerten ook voor mensen die mijn muziek hard nodig hebben. Daklozen, verslaafden, gedetineerden. Als ik voor ze speel, geef ik ze alles wat ik in me heb. Net zoals Martin me ooit alles gaf wat hij had.

Dit artikel verscheen eerder in de MEDE. Ontvang iedere kwartaal kosteloos het Magazine van Kansfonds.

Ik meld mij aan.