Kansfonds zet werk van Augustijnse orde voort

De Augustijnen vormen een van de oudste kloosterorden van de katholieke kerk. Al eeuwenlang zijn zij actief in parochies en scholen en maken zij zich sterk voor mensen die het moeilijk hebben. Maar de orde vergrijst. Daardoor rijst de vraag wie hun werk het beste kan overnemen. ‘Met hulp van Kansfonds komt onze erfenis goed terecht’, zegt eindverantwoordelijke pater Pierre Stikkelbroeck.

De eerste Augustijnen zijn al in de 17e eeuw actief in Nederland. Vooral in grote steden als Amsterdam, Utrecht en Eindhoven stichten ze eigen parochies en scholen. Inmiddels is de orde in ons land nog ongeveer 22 paters en broeders sterk. Ongeveer de helft daarvan woonde tot voor kort in klooster Mariënhage, in het centrum van Eindhoven. Maar enkele jaren geleden werd dat grote kloostercomplex te bewerkelijk om te onderhouden – de meesten van hen zijn inmiddels boven de tachtig. Daarom verhuisden ze samen naar een appartementencomplex aan de rand van de stad. Ieder heeft een eigen appartement en samen delen ze een gemeenschappelijke ruimte en een kapel.

Pater Pierre Stikkelbroeck (82) is een van de bewoners en eindverantwoordelijke van de kloosterorde. ‘Er staan de nodige rollators in de gang, maar toch vormen we nog een vitale gemeenschap. Iedere dag komen we bijeen voor een gebedsdienst, of de eucharistie. Maar het werk dat we altijd deden hebben we inmiddels moeten opgeven. Helaas ook ons welzijnswerk. Vandaag de dag kiest bijna niemand meer voor een kloosterleven. En wij worden nou eenmaal een dagje ouder.’

Welzijnswerk

Goed doen voor een ander is een belangrijk thema voor de Augustijnen. Volgens Augustinus, de naamgever van de orde, vormt de liefde het hart van het christelijk geloof. Vanuit die gedachte hebben de Augustijnen een eigen fonds, waarmee ze sociale projecten in Amsterdam-Noord een financieel steuntje in de rug geven, zoals vluchtelingenhulp en de ‘sociale’ kruidenier. Dat is een soort voedselbank, maar dan voor producten als wc-papier en wasmiddel. De Augustijnse orde is eeuwenlang een vertrouwd gezicht geweest in katholiek Amsterdam. Ze hadden hun eigen parochies, zoals de voormalige schuilkerk ‘De Star’ op de Oudezijds Achterburgwal en de Sint Augustinuskerk in Nieuwendam (inmiddels Amsterdam-Noord). Vooral met de bewoners van Amsterdam-Noord hebben de Augustijnen steeds een hechte band onderhouden. Dat was en is niet het makkelijkste deel van de hoofdstad. Werkeloosheid en armoede komen er tot op de dag van vandaag veel voor. Om die reden draagt de orde de Amsterdamse wijk nog steeds een warm hart toe.

‘De orde wordt nu eenmaal een dagje ouder’

Erfenis

Stikkelbroeck: ‘Maar het beheer van een fonds en het beoordelen van projectaanvragen kost tijd en aandacht. Daarom zijn we op zoek gegaan naar een manier om ons werk duurzaam en integer voort te zetten. We vinden het onze morele verantwoordelijkheid om dit goed te regelen’, vertelt de pater. ‘Daarom besloten we om een deel van ons vermogen toe te vertrouwen aan Kansfonds. In totaal gaat het om zo’n anderhalf miljoen euro. Met dat geld en de opbrengst uit beleggingen kan Kansfonds de komende tien jaar de projecten steunen die al eerder een beroep op ons deden, of die passen bij de idealen van de Augustijnen.

Zo komen mensen die onze steun nodig hebben niet in de kou te staan, ook niet als wij zijn verdwenen’, aldus Stikkelbroeck. ‘Kansfonds beheert als het ware onze erfenis. Voor een kloosterling is geld nooit een doel op zich, maar altijd een middel om andere mensen te helpen. Nu wij dat zelf niet meer kunnen doen, zijn we blij dat Kansfonds dit van ons overneemt. Dat gebeurt op een heel professionele manier, met veel gevoel voor de katholieke sociale traditie waarvan wij deel uitmaken.’

‘Het geld dat Kansfonds uit dit Augustijnse potje gebruikt om projecten te steunen, draagt wel onze naam. Kansfonds bood de mogelijkheid om bínnen Kansfonds een ‘fonds op naam’ op te richten. Dat werd Fonds Prosan. Zo blijft de herinnering aan de eeuwenoude band van de Augustijnen met de projecten toch leven.’

‘Mensen die onze steun nodig hebben, omen niet in de kou te staan, ook niet als wij zijn verdwenen’

Augustijnse orde

De Augustijnen bestaan al sinds de middeleeuwen. De kloosterorde laat zich inspireren door Augustinus, een van de belangrijkste theologen uit de eerste eeuwen van de katholieke kerk. Naast boeken over het christelijk geloof, preken en biografische geschriften stelde Augustinus ook een ‘Regel voor de Gemeenschap’ op: de oudste kloosterregel van het westen. De liefde voor God en de naaste vormt volgens Augustinus het fundament van iedere kloostergemeenschap. Een van de bekendste Augustijnen is de Duitser Maarten Luther (1483 – 1546), theoloog, kloosterling en geestelijk vader van de Reformatie. Aan het eind van de 18de eeuw hebben de Augustijnen wereldwijd 1.500 kloosters en 20.000 leden.

Op Hollandse bodem
De eerste helft van de 20ste eeuw is een bloeiende periode voor de Augustijnen in Nederland. Naast de vele parochies die Augustijnen ondersteunen, leveren hoog aangeschreven middelbare scholen bekende leerlingen af zoals Godfried Bomans, Dries van Agt en Pim Fortuyn. Ook brengt de orde prominente wetenschappers voort op het gebied van theologie en filosofie. Daarnaast zijn Nederlandse Augustijnen actief als missionarissen in Bolivia en Papoea-Nieuw-Guinea en hebben ze een studiehuis in Parijs. Maar door de secularisatie in tweede helft van de 20ste eeuw kiezen steeds minder mensen voor het kloosterleven. Momenteel telt de orde nog zo’n 2.300 leden, waarvan er ongeveer 22 in Nederland wonen. Het sociale werk dat vroeger vanuit de kerken en andere levensbeschouwelijke organisaties werd gedaan, is tegenwoordig een taak van de overheid.