Leven als één grote familie

Mogelijkmakers - Achter elk project staan Mogelijkmakers: mensen die niet voor eigen gewin kiezen, maar opkomen voor kwetsbare mensen in onze samenleving. Met steun van anderen zetten ze de wereld in beweging.

Midden op het Limburgse platteland staat de hoeve Genoenhof: een woongemeenschap van voormalig dak- en thuislozen die samen een populaire kringloopwinkel en buurtcafé runnen. Wat ze gemeen hebben is niet alleen een lastig verleden, maar ook de wil om weer iets van hun leven te maken. ‘Ik besefte ineens dat ik iets te verliezen heb.’

De bewoners van de Genoenhof met z’n allen aan de lunch. Iedere dag eten ze gezamenlijk. Links en rechts oprichters Dorothy Derks en Jeroen Steijlen.

‘Nou, nog eentje dan.’ Bewoner Dennis pakt een croissantje uit de mand. ‘Zou je dat nou wel doen?’, grapt oprichter Jeroen Steijlen (51). Dennis grijnst en neemt een hap. De huishond springt enthousiast om de stoelpoten heen. Het is 12:15 uur, stilte voor de storm. Zometeen gaan de kringloopwinkels en het café open en loopt de Genoenhof in mum van tijd vol met bezoekers. Dus moet er goed geluncht worden. Dat gebeurt in de gemeenschappelijke woonkamer, het hart van de hoeve. De oprichters van de woonwerkgemeenschap, Jeroen en Dorothy Derks (53), leven samen met de voormalig dak- en thuislozen onder één dak. En dat betekent op de Genoenhof dat ze alles samen doen: van ontbijten, werken en koken tot ’s avonds tv-kijken. ‘Iedereen die hier komt wonen, wordt onderdeel van de familie.’

In 2012 kocht het stel de oude boerderij in de buurt van Swalmen, iets boven Roermond. Ze toverden de ruïne in vier jaar tijd om tot een stralende, oorspronkelijke carréhoeve met twaalf slaapkamers voor bewoners, meerdere kringloopwinkels en een klassieke binnenplaats. Een jaar daarvoor waren ze in aanraking gekomen met een woonwerkgemeenschap in Tegelen. De bewoners leefden volgens de idealen van het Emmausgedachtegoed: het idee dat je samen met dak- en thuislozen woont en werkt, waardoor zij hun zelfrespect kunnen terugwinnen. Die levensstijl raakte Jeroen en Dorothy diep. Ze waren verkocht: zó wilden ze het ook. Met eigen middelen en een bijdrage van onder andere Kansfonds, konden ze de hoeve in ere herstellen en werd hun ‘Emmaus Perspectief’ een feit.

Veiligheid bewaken

Sindsdien weten GGZ-instanties, huisartsen en het Veiligheidshuis de boerderij goed te vinden. De meeste dak- en thuislozen die hier terechtkomen hebben een drugsverleden, forse schulden, een scheiding achter de rug of een sterk vereenzaamd leven. Sommigen worden vanuit Justitie doorgestuurd. Iedereen is in principe welkom, mits je geen verslaving of ernstige psychische klachten hebt. Jeroen en Dorothy moeten tenslotte de veiligheid van de bewoners en bezoekers kunnen garanderen. Jeroen: ‘Voor ons is het belangrijk dat je gemotiveerd bent om weer wat van je leven te maken. We bieden iemand gratis kost en inwoning én begeleiding in ruil voor je medewerking in het bedrijf. Uiteindelijk moeten we allebei een goed gevoel bij iemand hebben. Als dat zo is, mag je blijven zolang je wilt.’

Op straat gezet

Ivar maakt zich klaar voor zijn bardienst.

Ivar loopt na de lunch nog snel even naar boven om zijn sigaretten te halen. Zometeen begint zijn bardienst. ‘Ik woon hier inmiddels al drie jaar’, vertelt hij. Zijn moeder heeft hem destijds op straat gezet. Ze kon de gezinssituatie niet meer aan. Zijn vader lag op sterven en Ivar kampte met de nasleep van een harddrugsverslaving. ‘Daardoor had ik al jaren geen werk. Ik belandde toen in de dag- en nachtopvang. Tot iemand mij deze plek tipte.’

Met zijn pasje piept hij zijn eigen kamer open. Een grote ruimte met bank, televisie en enkele antieke kastjes verschijnt. ‘Ja, dat krijg je als je een kringloopwinkel runt’, zegt hij, wijzend op de spulletjes. ‘Ik ben zo blij met deze plek. Jeroen en Dorothy hebben me echt een kans gegeven. Toen ik hier binnenkwam, blowde ik veel. Jeroen maakte me duidelijk dat drugs hier absoluut verboden is. Zero-tolerance. Ik ben gelijk gestopt. Een paar weken later had ik een terugval. Jeroen had het door. Hij liet me een plastest doen en ik viel door de mand. Op dat moment besefte ik ineens dat ik iets te verliezen had: fijne mensen, onderdak, een baan in de Emmaus. Ik ben sindsdien clean en daar ben ik trots op.’

‘Ik ben best bang voor de buitenwereld, bang dat ik weer een terugval krijg’

Het is hier geen hotel

Op de gang staat Dorothy de was te doen. De keurige gang, met elektronische sloten op de deuren, heeft iets weg van een hotel. Maar dat is het zeker niet, zegt ze met een arm vol kleren. ‘Alle bewoners werken naar vermogen mee in het bedrijf. We proberen iedereen die hier binnenkomt te activeren. De meeste bewoners vinden dat ontzettend fijn. Ze willen zich nuttig maken en wat terugdoen. En als je lekker aan de slag bent, heb je ook minder tijd om te piekeren.’

Naast de kamerdeuren hangen krijtbordjes met namen erop. Een paar bordjes zijn leeg. ‘Gisteren is een meisje vertrokken’, vertelt Dorothy. ‘Ze zag het toch niet zitten om te werken zonder een salaris te krijgen.’ Twee kamers zijn altijd vrij voor spontaan bezoek. Een spoedgeval uit de crisisopvang of een ex-bewoner die graag nog een nachtje wil blijven slapen. ‘Sommigen missen het familiegevoel als ze weer op zichzelf gaan wonen.’

Knuffel

Bewoner Danny verzorgt vanavond het avondeten voor zijn huisgenoten.

Een paar weken terug stortte bewoner Danny (49) in. Dat gebeurde aan tafel, tijdens het eten. Hij begon te trillen en moest ontzettend huilen. Hij besloot naar zijn eigen kamer te gaan. Een tijdje later vroegen meerdere bewoners of ze niet even bij hem moesten gaan kijken. ‘Laat hem maar even’, zei Dorothy. ‘Er zijn al een paar bij hem langs geweest. Hij komt zo wel weer.’ Bij het avondeten schoof Danny weer aan. ‘Sorry jongens’, zei hij. ‘Ik weet het gewoon even niet meer.’ Dorothy: ‘Dit raakte iedereen zo diep dat we allemaal opstonden om hem een knuffel te geven. De aandacht die hij hier de afgelopen maanden heeft gekregen, werd hem even te veel. Als je dat nooit hebt gehad in je leven, kan dat heel overweldigend zijn. En dan ben je 49 hè.’

Populair buurtcafé

Ivar staat inmiddels bier te tappen achter de bar. Bezoekers, jong en oud, lopen met hun koopjes onder de arm van de winkels naar het café. Als ervaren Emmaus-bewoner heeft Ivar inmiddels extra taken. Hij runt het café praktisch alleen. Die werkervaring kan hij mooi in zijn zak steken. Al denkt hij niet over een paar jaar op zichzelf te wonen. Ivar: ‘Ik ben best bang voor de buitenwereld, bang dat ik weer een terugval krijg.’ Als een vis in het water laveert hij met een vol dienblad tussen de tafeltjes door. Bij stamgast Annie en haar man zet hij koffie met slagroom op tafel. Annie kijkt hem even na. ‘De jongens hier doen het zo goed’, zegt ze. ‘Het is altijd ontzettend gezellig. Een van de weinige plekken in de omgeving waar je leuk kunt koffiedrinken.’ Het café is dan ook uitgegroeid tot het buurthuis van Swalmen. Veel ouderen uit de omgeving komen hier wekelijks voor de gezelligheid. Een aanwinst voor de omgeving. Daarom heeft Jeroen met behulp van Kansfonds de grindpaden van de parkeerplaats tot de boerderij laten verharden, zodat de plek ook toegankelijk is voor rolstoelen en rollators.

‘Als je lekker aan de slag bent, heb je minder tijd om te piekeren’

Zelf de broek ophouden

‘Het mooie aan het Emmaus-gedachtegoed is dat we samen met de bewoners onze broek ophouden’, zegt Jeroen. ‘Onafhankelijk zijn vind ik erg belangrijk. We runnen onze Emmaus bewust zonder subsidie. Als de geldkraan dichtgaat, heb je geen overlevingskans. Daarom hebben we voor meerdere verdienmodellen gekozen. Zoals de winkels en het buurtcafé, maar ook de woningontruimingen die we voor de woningbouwvereniging doen.’ Jeroen heeft jarenlang een succesvolle eigen glasfabriek gehad en zat er warmpjes bij. Toch zijn hij en Dorothy nu gelukkiger. ‘Dit is wat ons leven echt verrijkt. Nieuwe bewoners komen vaak depressief binnen. Als ik na een tijdje weer een lach op hun gezicht zie en merk dat ze weer zin in het leven krijgen, geeft me dat zoveel energie’, zegt Jeroen. ‘Het lukt regelmatig om mensen hun zelfstandigheid terug te geven. Dat is zo mooi, daar kan geen salaris tegenop.’

Ivar in de bar, in gesprek met twee van zijn vaste klanten.

Kansfonds steunt Genoenhof

Toen in 2014 de subsidie aanvraag van Jeroen en Dorothy binnenkwam, was Kansfonds enthousiast. Projectadviseur Frédérique van Middelkoop van Kansfonds ging bij hen langs om het project te bespreken. Want voor een restauratie als deze waren wel meerdere financiële partijen nodig. ‘Ik zie mezelf daar nog zitten aan de keukentafel van de oude boerderij. Jeroen legde een stapel met afwijzingsbrieven van fondsen voor me neer. Niemand zag er brood in. Ik heb met ze meegedacht hoe we dit project in beweging konden krijgen.’ Kansfonds zette haar netwerk in en wist andere partijen te overtuigen van de kracht van een Emmaus als deze. Toen provincie Limburg en gemeente Roermond eenmaal meededen, volgde de rest. ‘En kijk wat voor een succes het nu is. Bewoners krijgen hier weer hoop en perspectief.’