Van gaarkeuken naar voedselbanken in heel Nederland

Armoede en honger zijn van alle tijden. Maar waar de armen vroeger alleen voedsel toegeschoven kregen, draait armoedebestrijding nu meer om eigen keuze en waardigheid. De traditionele gaarkeukens maakten plaats voor voedselbanken, die op hun beurt een verrijking vinden in de ‘Sociale Kruidenier’.

Een warme hap in een pannetje, meer had de oorspronkelijke gaarkeuken niet te bieden. Waar de hulp toen nog ophield bij pure hongerbestrijding, groeide door de jaren heen het besef dat armoede veel meer is dan gebrek aan eten. Initiatieven voor armoedebestrijding kregen meer oog voor de sociale gevolgen van financiële problemen, zoals eenzaamheid en sociale uitsluiting. En ook zelfredzaamheid bevorderen werd belangrijker. Inmiddels zijn er steeds meer plekken waar mensen naast een warme maaltijd ook terechtkunnen voor gezelligheid en nuttige trainingen. Of gewoon om even op adem te komen.

Armoede bespreekbaar maken

Zo’n plek is de Gaarkeuken van Rotterdam, die Sjaak en Clara Sies dit jaar openden. Eerder, in 2002, stond het echtpaar aan de wieg van de eerste voedselbank van Nederland. ‘Na het faillissement van onze kledingzaak belandden we zelf in de bijstand’, vertelt Sjaak Sies. ‘We hoorden veel verhalen van mensen die in de problemen kwamen. Maar de politiek zweeg de armoede dood. Met de voedselbank wilden we het onderwerp bespreekbaar maken.’

Hoewel de nadruk toen nog lag op voedselverstrekking, werkte de voedselbank ook aan zelfredzaamheid. Voedselhulp moet altijd tijdelijk zijn – dat is ook nu nog het credo. De politiek was het daar bij de oprichting roerend mee eens. ‘Over vier jaar bestaat de voedselbank niet meer’, luidde toen de reactie. Maar niets is minder waar gebleken. In 2016 werden elke week 38.500 voedselpakketten uitgedeeld door 167 lokale voedselbanken en waren ongeveer 135.000 Nederlanders afhankelijk van de voedselbank.

Gezelligheid aan tafel

Ook de Gaarkeuken van Rotterdam is een signaal aan de politiek. De naam is dan ook bewust gekozen, vertelt Sies. ‘Het is een waarschuwing dat de gaarkeukens weer hard nodig zijn, net als in de Tweede Wereldoorlog.’ Die vergelijking gaat niet helemaal op. In Rotterdam staan de mensen nu niet in de rij met een pannetje in de hand, maar zitten ze aan lange tafels. Mensen die net buiten de criteria van de voedselbank vallen, schuiven er aan voor een gratis tweegangendiner.

‘Aan de koffietafel proberen we mensen verder te helpen’

De ontmoeting aan tafel is net zo belangrijk als de warme maaltijd. Sjaak en Clara hopen zo de eenzaamheid en sociale uitsluiting te bestrijden. Gezinnen uit de buurt zitten aan tafel met bewoners van het verzorgingshuis waarin de Gaarkeuken is gevestigd. ‘Onze gasten zijn vaak hun eigen netwerk kwijtgeraakt. Bijvoorbeeld doordat ze verjaardagen vermijden, want ze hebben geen geld voor cadeautjes’, zegt Clara Sies. ‘Dit is voor hen dé manier om mensen te leren kennen.’

‘Er komt hier ook een groep ex-verslaafden eten. In het begin waren ze heel afhoudend, stug en bot. Als dat maar goed gaat, dachten we. Maar nu zie je ze ontdooien en maken we af en toe een praatje. Er wordt bovendien aardig wat door die lui gegeten. Een goed teken, want verslaafden eten namelijk niet.’

Wasmiddel en naailes

Een ander project waar eigen keuze en waardigheid hoog in het vaandel staan, is de Sociale Kruidenier in Amsterdam. Dit project van de Protestantse Diaconie in Amsterdam is een winkel waar klanten van de voedselbank Amsterdam hun voedselpakket kunnen aanvullen met houdbare producten als wasmiddel en groente in blik. Ze ontvangen een maandelijks tegoed waarvan ze boodschappen kunnen doen, en betalen een deel van de prijs zelf.

Maar boodschappen doen is niet het enige waar de winkel om draait. Het is ook een middel om mensen een stap verder te helpen. ‘Bijvoorbeeld door ze te laten beseffen waar ze goed in zijn’, vertelt Renate Bos, coördinator van de Sociale Kruidenier. ‘We gaan met ze in gesprek en bieden ze trainingen en cursussen aan, bijvoorbeeld naailes. Zo ontdekken ze weer wat ze leuk vinden. Dat maakt je méér mens. Want als je financiële problemen hebt, is er weinig ruimte in je leven voor andere dingen.’

Grip op het leven

‘Behalve voor hun boodschappen komen klanten hier ook voor een luisterend oor’, vertelt Bos. ‘Aan de koffietafel proberen we mensen verder te helpen, bijvoorbeeld met een financieel inloopspreekuur of een cursus “opkomen voor jezelf”. Laatst nog schoof een vrouw aan die echt niet meer wist hoe ze haar rekeningen moest betalen. We konden haar dezelfde dag nog helpen met een dringend probleem.’

Waardigheid en keuzevrijheid zijn leidend in de winkel. Klanten kiezen zelf welke boodschappen ze nodig hebben, anders dan bij bijvoorbeeld de voedselbank. En door de trainingen krijgen ze weer grip op hun leven. ‘Zo willen we mensen hun eigen kracht laten zien’, zegt Bos. ‘Maar ook hun kwetsbaarheid mag er zijn.’