‘Waarom ik niet?’

Goed samenleven - De samenleving is een begrip, maar samenleven is een werkwoord. Hoe moet het precies? Wat kun je erover leren, en hoe maak je het gemakkelijker voor jezelf en de mensen om je heen?

In tijden van corona is angst een slechte raadgever. Hoe moeten we volgens theoloog en hoogleraar Paul van Geest (55) omgaan met vrees en vooral: met elkaar?

Als Paul van Geest aankomt op de luchthaven in Rome, koopt hij nog snel een Italiaanse krant voordat hij het vliegtuig instapt. Het is 28 januari 2020. Hij heeft net een congres achter de rug, gevolgd door een ontmoeting met kardinaal Ladaria Ferrer. Zijn voormalig hoogleraar tijdens zijn studietijd in Rome. Tijdens de vlucht naar Nederland leest hij de eerste alarmsignalen over het coronavirus in Italië. ‘Een heel hotel ontruimd omdat twee Chinese toeristen corona hebben? Opmerkelijk’, denkt Paul. De paniek in Italië schudt hem wakker. Terug in Nederland maakt hij alvast filmpjes van zijn lezingen. Een slimme zet, want ruim een maand later gaat ook Nederland op slot en geeft de hoogleraar alleen nog digitaal college.

Welke les geef je in deze tijden mee aan studenten?

‘Toen in de Middeleeuwen de pest uitbrak, had de angst voor de ziekte enorme gevolgen. Mensen raakten collectief psychotisch. In het oosten van Nederland was er nauwelijks pest, maar maakten de mensen elkaar wel knettergek door angst te zaaien. Ze geselden zichzelf om de zonden eruit te slaan en dansten op dolzinnige wijze, in de hoop dat God hen niet met de pest zou straffen. Die geschiedenis leert ons dat je je vooral niet moet laten leiden door angst. Blijf helder nadenken en relativeer je angst, zodat je je werk, eigen bedrijf of gezin op de rit houdt. Vrees is niet goed of slecht. Vrees wordt pas vruchtbaar als je het door je verstand laat filteren. Kerkvader Augustinus zei: “Als je nadenkt over je angsten, worden ze omgevormd tot voorzichtigheid”.’

Na een korte stilte: ‘Bij rampen duikt altijd dezelfde grote vraag op: waarom laat God het lijden toe? Maar daar is geen antwoord op te geven. Vanuit de theologie zeg ik: God heeft de natuur gewild zoals die nu is. En dat betekent dat er in de natuur virussen bestaan, waar we voorzichtig mee moeten omgaan. Onze natuur en samenleving zijn geen rozentuinen, ze zijn een leerschool. De vraag is hoe we vervolgens met het lijden omgaan. Daar kunnen religieuze verhalen bij helpen.’

Kun je een voorbeeld van zo'n verhaal geven?

‘Italië vroeg Europa aan het begin van de crisis om financiële steun. Het deed me denken aan het Bijbelverhaal van de verloren zoon. Het verhaal gaat over een jongen die bij zijn vader een deel van de erfenis opvraagt, zodat hij op reis kan. Eenmaal in een ver land leidt de zoon een losbandig leven. Tot het geld op is en er een hongersnood uitbreekt. De jongen lijdt en keert uiteindelijk met spijt terug naar zijn vader. Die wacht hem vergevingsgezind en met open armen op. Tot frustratie van de oudste zoon, die zijn vader altijd trouw is geweest. Het is een beetje gewaagd, maar ik vergelijk Nederland hier met de oudste zoon, die altijd ‘netjes’ met zijn geld omgaat en nu een beetje nijdig is op zijn broer, Italië, die dat in zijn ogen niet heeft gedaan. De oudste zoon kwam nooit iets te kort, maar voelt zich tóch verongelijkt. Het verhaal leert ons dat dat begrijpelijk is, maar dat die verongelijktheid uiteindelijk relaties schaadt. Toon eerst barmhartigheid, daarna rechtvaardigheid. Daar kunnen we allemaal wat van leren.’

‘Vrees wordt pas vruchtbaar als je het door je verstand laat filteren’

Je bent hoogleraar economie en theologisch denken. Bijten die domeinen elkaar?

‘Dat valt te bezien. Onze regering legde de economie stil, omdat er anders te veel mensen sterven. Dat is een oerchristelijk besluit. Deze lockdown is een van de meest sterke uitingen van solidariteit tussen sterken en zwakken van de afgelopen eeuw. Maar uiteindelijk staan we voor een duivels dilemma: tot hoe ver moet onze solidariteit gaan? Ik kan wel roepen: “We moeten dat ene verloren schaap ook redden!” Maar dan krijg ik terug: “Dat is niet reëel, Paul.” Rekenkundige modellen van economen moeten uiteindelijk het antwoord geven op de vraag hoe lang de economie nog mag lijden onder social distancing. Ik denk dat economen, theologen en filosofen deze discussie samen moeten blijven voeren.’

Je staat bekend als groot liefhebber van het werk van kerkvader en filosoof Augustinus, die veel schreef over goed samenleven. Wat kunnen we nu van hem leren?

‘Dat het leven niet maakbaar is. Er is altijd lijden en dood, en iedereen komt onvermijdelijk een keer aan de beurt. Of dat nou in werk, relaties of gezondheid is. Dan kan je je afvragen: waarom ik? Maar Augustinus draait het om en zegt: waarom ik niet? Lijden hoort nu eenmaal bij mens-zijn, dus tja, ook jij zal een keer getroffen worden. Wie zichzelf die vraag durft te stellen, toont zich solidair naar anderen. Nog een typische opmerking van Augustinus is: heb jij talent of geluk in het leven? Schrijf dat dan niet toe aan je eigen verdienste. Je hebt jouw gezonde lichaam of goede stel hersens geschonken gekregen. Daarmee kun je anderen helpen. Als je je dát realiseert, word je vrij van eigenwaan en minder zelfzuchtig in de omgang met anderen.’