Waarom juist actieonderzoek dakloze jongeren aan een thuis zal helpen

Waarom lukt het onze samenleving maar niet om het aantal dak- en thuisloze jongeren terug te dringen? Een pijnlijke vraag. Want ondanks alle inspanningen is het aantal zelfs gegroeid. Elke nacht slapen zo’n 12.000 jongeren op straat, in de nachtopvang of bij vrienden op de bank. Hoogste tijd voor een andere aanpak. En dus starten Kansfonds en Instituut Publieke Waarden (IPW) een spannende zoektocht naar hoe het beter kan.

Kansfonds baalt er zelf ook van. Hoewel het fonds de afgelopen jaren mooie resultaten bereikte met projecten voor dak- en thuisloze jongeren, groeide het aantal naar 12.000. ‘Het is dan moeilijk om van een succes te spreken’, stelt programmaleider Willem van Sermondt. ‘Honderden jongeren kregen hulp via projecten die wij mede mogelijk maakten. Maar een structurele verbetering? Die hebben we niet zien plaatsvinden, ondanks alle goede bedoelingen van de overheid, instanties en onszelf als kleine schakel in het geheel.’

Complexiteit verklaart niet alles

Dus staken Kansfonds en IPW – die nauw met elkaar samenwerken rond dak- en thuisloze jongeren – de koppen opnieuw bij elkaar. Wat gaan we doen? Wat kunnen wij bijdragen om de boel in beweging te krijgen? Marit Lüschen van IPW: ‘Vaak is de veronderstelling dat de problematiek van deze jongeren complex is en daarom moeilijk op te lossen. Denk aan een combinatie van geen dak boven je hoofd, schulden en geen toekomstperspectief hebben. Maar die complexiteit is niet de echte reden dat hun situatie nauwelijks verbetert.’

Oplossingen werken elkaar soms tegen

Wat is er dan wel aan de hand? Ieder beleid, of het nou van een organisatie of overheid is, heeft onbedoelde effecten. En die onbedoelde effecten raken vaak de kwetsbaarste groepen, zoals dak- en thuisloze jongeren. Lüschen: ‘Zo zien we dat de hulp aan hen vaak versnipperd is. En dat thuisloze jongeren vaak uitgesloten worden van voorzieningen, omdat ze niet aan de regels voldoen. Terwijl uitgerekend zij zulke voorzieningen het hardste nodig hebben.’ Zo kunnen thuisloze jongeren doorgaans geen studiefinanciering of uitkering aanvragen als ze geen woonadres hebben. Of ziet de ggz-hulpverlener er geen heil in om een dakloze jongere te helpen zolang er geen stabiele woonsituatie is. Van Sermondt: ‘Dat verklaart ook waarom alleen zorgen voor bijvoorbeeld een luisterend oor of talentontwikkeling niet genoeg is om hun situatie te veranderen. Er valt veel meer te winnen als we met elkaar zoeken naar wat oplossingen in de weg staat.’

‘Vaak weet je pas wat precies het probleem is, als je het probeert op te lossen. En daar kom je met actieonderzoek achter.’

Zoektocht naar wat (niet) werkt

Marit Lüschen, Actieonderzoeker IPW

Die zoektocht is nu van start gegaan binnen het nieuwe Kansfonds-programma: Alle jongeren een thuis. In het programma wordt stevig ingezet op actieonderzoek. Van Sermondt: ‘We financieren projecten die aan een oplossing willen werken. Terwijl ze dat doen in de praktijk, leren ze duizend-en-een dingen over de knelpunten die zij tegenkomen en ook over wat juist soepel gaat. Daar reflecteren de deelnemers met elkaar op: heb jij dat ook? Kunnen we iets verzinnen? Hoe kan wat bij jou werkt ook in onze gemeente? Op basis daarvan stellen de projecten hun aanpak weer bij.’ Lüschen: ‘Vaak weet je pas wat precies het probleem is, als je het probeert op te lossen. En daar kom je met actieonderzoek achter.’

Al doende leren biedt meeste kans op verandering

Maar kun je dan niet ‘gewoon’ onderzoek doen naar wat werkt en wat niet? Van Sermondt: ‘Dat levert tot nu toe weinig op. Er is zelfs al vrij veel onderzoek gedaan naar dak- en thuisloosheid. Maar een onderzoeksrapport en elkaar wijzen op wat niet goed gaat – dat brengt nog geen maatschappelijke beweging op gang.’ Lüschen: ‘Het grote voordeel van actieonderzoek is dat je met elkaar al doende leert waar het systeem vastloopt, omdat je samen aan de oplossing werkt. Er is een theorie die beschrijft dat je beweging krijgt door op kleine schaal te laten zien dat bepaalde oplossingen werken. Oplossingen die in eerste instantie nog als alternatief of onhaalbaar werden gezien. Door dit ‘voor te leven’ kun je de massa inspireren en meekrijgen. En zo verandert het systeem. Dit wordt ook wel paradigmashift genoemd.’

Stoere ideeën om uit te proberen

De projecten zetten zich stuk voor stuk in om jongeren te helpen aan een thuis. Dat houdt meer in dan een dak boven het hoofd. Het gaat ook om bestaanszekerheid, toekomstperspectief, ondersteuning en je talenten kunnen ontwikkelen. Van Sermondt: ‘Er zitten heel stoere ideeën tussen. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als we dakloze jongeren gewoon geld geven, een basisinkomen? We weten namelijk dat hun leven voortdurend in de soep loopt vanwege geldstress. Laten we die stress eerst eens wegnemen. Krijgen ze het dan wél voor elkaar om het leven op orde te krijgen en zich bijvoorbeeld in te schrijven voor een opleiding?’

Volgorde eens omdraaien

Nog een projectidee: stel dat particulieren een kamer of tuinhuis beschikbaar stellen voor dakloze jongeren. Welke knelpunten hebben we dan te tackelen als we dat willen realiseren? Zo heb je voor een tuinhuisje een kostbare vergunning nodig en kunnen mensen in de bijstand hun uitkering kwijtraken als ze huur ontvangen. Welke afspraken moet je dan zien te maken met bijvoorbeeld de gemeente en hoe kan een andere gemeente dat ook doen? Nog een voorbeeld. Nu is het zo dat dakloze jongeren eerst een tijd in de maatschappelijke opvang moeten verblijven, voordat ze een veilige plek kunnen krijgen om te wonen. Maar laten we het eens omdraaien. Wat gebeurt er als we jongeren zonder thuis gelijk een woning toewijzen en vervolgens passende hulp regelen om op eigen benen te staan?

Knelpunten onderweg oplossen

De projecten die deelnemen, schuiven elk twee mensen naar voren die meedoen aan een opleiding tot actieonderzoeker. Een professional van de organisatie die het project uitvoert én een jongere die ervaring heeft met dakloosheid. Beiden worden door IPW bijgespijkerd in hoe je als actieonderzoeker goed kunt volgen wat er gebeurt, terwijl je de knelpunten onderweg aan het oplossen bent. Ook krijgen ze onderweg coaching bij de vraagstukken die ze tegenkomen. Lüschen: ‘Terwijl de projecten werken aan oplossingen, reflecteren ze volop: kloppen je hypotheses nog waarmee je startte? Welke inzichten ben je rijker geworden? Zo komt gaandeweg de beweging op gang en ontstaat er een nieuwe norm voor hoe we met elkaar de thuisloosheid van jongeren kunnen oplossen.’

‘Jongeren moeten een gelijkwaardige plek aan de projecttafel krijgen. Zij draaien mee als actieonderzoekers – en dat is echt wat anders dan ze op een bepaald moment eens vragen naar hun mening.’

Zekerheden bewust loslaten

Kansfonds slaat met deze zoektocht een opvallende weg in. Kansfonds heeft doorgaans goed zicht op wat de opbrengsten zijn van de projecten die het financiert. Bijvoorbeeld dat vijftig jongeren individueel verder worden geholpen. Van Sermondt: ‘Dat is nu anders. De focus ligt niet op die vijftig jongeren. Maar op het realiseren van een doorbraak voor hónderden jongeren. We weten ook niet welke aanpak succesvol zal zijn, dat willen we juist met elkaar in de praktijk ondervinden. Natuurlijk hebben we wel allerlei aannames, maar het kan best zijn dat een oplossing niet uitpakt zoals verwacht. Maar ook dát is een opbrengst. Het kan heel goed zijn dat een project in dat opzicht is ‘mislukt’, maar dat het actieonderzoek is geslaagd gezien de inzichten die het heeft opgeleverd.’

‘Zou jij in geuren en kleuren met je financier willen delen wat er in je project allemaal anders is gelopen dan gedacht? Toch is dát wat we vragen. We willen juist van elkaar weten wat wel en niet werkt.’

Lef en openheid binnen projecten nodig

Willem van Sermondt, Projectadviseur Kansfonds

Wat wordt er gevraagd van de organisaties die meedoen met het programma? Lüschen: ‘Het allerbelangrijkste is dat zij – net als wij – verontwaardigd zijn. Het kan toch niet zo zijn dat er nog steeds zo veel jongeren geen thuis hebben? Hoe moeilijk kan het zijn om dat als samenleving beter te organiseren? Ze moeten het in zich hebben om jongeren een gelijkwaardige plek aan de projecttafel te geven. Zij draaien mee als actieonderzoekers – en dat is echt wat anders dan ze op een bepaald moment eens vragen naar hun mening. De projecten moeten ook durven te experimenteren. Het lef en de energie hebben om het maatschappelijk debat op te zoeken, te leren van elkaar, te reflecteren en ook open te zijn over wat niet goed gaat.’ Van Sermondt: ‘Dat laatste lijkt heel logisch, maar zou jij in geuren en kleuren met je financier willen delen wat er in je project allemaal anders is gelopen dan gedacht? Toch is dát wat we vragen. We willen juist van elkaar weten wat wel en niet werkt.’

Mislukken kan eigenlijk niet

Overigens zal het nooit zo zijn dat een project helemaal kan mislukken. Elk project werkt namelijk langs twee sporen. De projecten bieden hoe dan ook hulp aan de dak- en thuisloze jongeren, bijvoorbeeld met het vinden van een dak boven het hoofd, scholing of het wegwerken van schulden. Intussen loopt het actieonderzoek waarin we werken aan een toekomst waarin we alle kwetsbare jongeren bestaanszekerheid bieden. Van Sermondt: ‘Ook dringen we erop aan dat projecten de jongeren niet zomaar laten gaan als ze zelf niet kunnen bieden wat nodig is. Ze laten de jongeren pas los als iemand anders ze vast heeft die hen wellicht wel verder kan helpen.’

Successen van elkaar overnemen

Wanneer is het programma geslaagd? Van Sermondt en Lüschen zijn daar eensgezind over. Als we echt hebben kunnen laten zien hoe we het als samenleving anders kunnen organiseren. Als steeds meer organisaties de geslaagde elementen gaan overnemen. Als bedrijven, organisaties, woningcorporaties en overheden zich afvragen: wat doen wij eigenlijk voor deze jongeren? Hoe kunnen we voor hen meer van betekenis zijn?

‘Hoe vaak een dakloze jongere wel niet te horen krijgt: had je maar niet zo dom moeten zijn! Laten we er liever met zijn allen voor zorgen dat we ze weer op de rit krijgen, dat alle jongeren een thuis hebben.’

Alle jongeren een thuis

Van Sermondt: ‘Ik hoop ook echt dat het stigma verdwijnt. Hoe vaak een dakloze jongere wel niet te horen krijgt: had je maar niet zo dom moeten zijn! Laten we er liever met zijn allen voor zorgen dat we ze weer op de rit krijgen, dat alle jongeren een thuis hebben. Veel thuisloze jongeren hebben één of meer nachten letterlijk op straat moeten slapen. Stel je eens voor: als meisje van 17 en dan de ontreddering voelen terwijl de nacht valt. Of dat je als 19-jarige jongen in de nachtopvang terechtkomt tussen volwassenen met verslavingsproblematiek. Ons programma is pas geslaagd als dát niet meer gebeurt.’

Is je interesse gewekt?

Volg de ontwikkelingen via LinkedIn en schrijf je in voor onze nieuwsbrief. Heb je nog een baanbrekend idee of wil je zo’n idee helpen financieren? Neem dan contact op met Erika van Harten.