De voordeur van de inloop bij Alkmaar Thuis zwaait open. ‘Is er nog plek?’, vraagt een vaste bezoeker. Coördinator Ruth de Bruin knikt. ‘Zeker, pak maar een bord.’ De man schuift aan bij de rest van de bezoekers aan de ontbijttafel, smeert een boterham en begint een praatje met zijn buurman.
Ruimte om te pionieren
Alkmaar Thuis is een fusieorganisatie van inloophuizen De Steiger en De Zwaan. Soms fuseren inloophuizen vanwege financiële nood, zo niet bij Alkmaar Thuis. ‘Het idee ontstond in coronatijd’, vertelt penningmeester Judith van Rosmalen. ‘De Zwaan bleek te klein om anderhalve meter afstand te houden. De Steiger was wél groot genoeg, en bovendien beschikbaar in de ochtend. Al snel beseften we: samen kunnen we veel meer betekenen en ook veel meer mensen bereiken.’ Ruth vult aan: ‘Als één organisatie kunnen we onze activiteiten uitbreiden en écht pionieren.’
Een van die ambities: mensen bereiken die nu buiten beeld blijven. ‘We zien dat onze huidige gasten ouder worden’, zegt Ruth. ‘Sommigen komen hier al vijftien jaar. Dat maakt dat we moeten nadenken over de toekomst: wie weten we nu nog niet te bereiken? Voor sommige mensen is de drempel naar de inloop hoog. Schaamte speelt een rol, en ze voelen zich niet altijd thuis tussen de andere bezoekers. Dankzij de fusie is er meer ruimte gekomen om actief op zoek te gaan naar deze doelgroepen. We gaan nu letterlijk op pad, bijvoorbeeld met de Babbelbak – een bakfiets met een bakkie koffie of thee – om mensen op straat op te zoeken en ook daar aandacht en warmte te bieden.’

Van grote betekenis
Alkmaar Thuis is voor veel bezoekers een van de weinig plekken waar ze terechtkunnen. Veel van hen missen een sociaal netwerk, kampen met psychische problemen, leven in armoede of zijn dak- of thuisloos. Eenzaamheid speelt een grote rol. De hele week door organiseert Alkmaar Thuis activiteiten en ondersteuning: van een maaltijd tot financiële begeleiding, van het schrijven van een levensverhaal tot de gespreksgroep ‘Rouw en verlies’. En binnenkort komt daar een kapper bij. ‘We creëren een thuisgevoel’, zegt Ruth. ‘Dat als je binnenkomt iemand vraagt: “Hoe gaat het met je?” En dat iemand het ziet als het niet zo goed gaat.’
De vrijwilligers en coördinatoren van Alkmaar Thuis maken hierbij het verschil. Ze houden de vinger aan de pols bij bezoekers. ‘We respecteren hun manier van leven en zijn er met aandacht en geduld’, legt Ruth uit. ‘Door nabij te zijn, groeit het vertrouwen soms weer. Het vergt een lange adem, maar vanuit dat contact zien we de ingang die nodig is om een brug te slaan naar hulpverlening. Als iemand na jaren op straat bijvoorbeeld tegen je zegt: “Ik trek dit niet meer.”’
Brugfunctie naar hulp
Volgens Ruth sluit de reguliere hulpverlening in Alkmaar niet altijd aan op de mensen die bij de inloop komen. ‘De overheid verwacht dat mensen zelf de stap naar hulp zetten. Maar daarmee legt ze alle verantwoordelijkheid bij de mensen zelf. Beleidsmakers denken: hoe moeilijk kan het zijn om een hulpverlener te bellen? Best moeilijk, kan ik zeggen. De een heeft geen beltegoed, een tweede moeite met plannen, een derde weet niet dat die hulp nodig heeft, een vierde dat er überhaupt hulp mogelijk is.’