Veelgestelde vragen over de ETHOS telling

Vragen over de ETHOS definitie en het waarom van de ETHOS telling

  • 1. Wat is ETHOS en ETHOS Light?

    ETHOS staat voor ‘European Typology of Homelessness and Housing Exclusion’ en is in 2005 ontwikkeld. De benadering hanteert een definitie waarbij dakloosheid wordt gezien als een gebrek aan volwaardige huisvesting. Hierdoor wordt niet alleen feitelijke dakloosheid, maar ook een potentieel zeer grote groep mensen die geen veilig eigen (t)huis hebben meegenomen.

    ETHOS Light is een afgeslankte versie van ETHOS, speciaal ontwikkeld door de EU als instrument om het aantal dak- en thuisloze mensen in kaart te brengen. Deze definitie wordt in Europa gezien als de best onderbouwde en meest gezaghebbende manier om dakloosheid te meten.

    In de ETHOS telling worden verschillende groepen meegenomen:

    • mensen die leven in de openbare ruimte;
    • mensen in de noodopvang voor dakloze mensen;
    • mensen in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen;
    • mensen die een instelling verlaten zonder vervolghuisvesting en mensen die langer in een instelling verblijven wegens gebrek aan passende vervolghuisvesting;
    • mensen in niet-conventionele woonruimten vanwege een gebrek aan passende huisvesting (zoals auto, kraakpand, vakantiewoning);
    • mensen die tijdelijk verblijven bij familie, vrienden of kennissen;
    • mensen met dreigende huisuitzetting.
  • 2. Waar zijn de zeven categorieën van ETHOS Light op gebaseerd?

    ETHOS definieert dakloosheid als het gebrek aan volwaardige, behoorlijke huisvesting. Een thuis voldoet aan drie criteria: fysiek, sociaal en wettelijk. Fysiek betekent dat de woning in goede staat is, met basisvoorzieningen zoals sanitair en bescherming tegen kou en regen. Sociaal betekent een plek met privacy waar je vrienden en familie kunt ontvangen. Wettelijk betekent dat er rechtsbescherming is, omdat je een huurcontract hebt en mensen niet zomaar bij je binnen mogen lopen. Ook kun je niet zomaar uit je huis worden gezet. Er is sprake van volwaardige, behoorlijke huisvesting als jouw thuis voldoet aan deze drie criteria. Binnen ETHOS Light word je geteld als dak- of thuisloos wanneer er sprake is van een gebrek op twee van de drie criteria.

  • 3. Vormen de ETHOS Light categorieën een schaal van de ernst van dakloosheid?

    Nee, ETHOS Light beschrijft categorieën van leefsituaties van dak- en thuisloosheid. Veel mensen zullen op straat slapen zien als erger dan in een noodopvang, of tijdelijk verblijf in een vakantiewoning beter dan in de maatschappelijke opvang. Toch is de ervaren ernst van de leefsituatie iets subjectiefs. Het telonderzoek doet daar geen uitspraak over. In alle categorieën van ETHOS Light is sprake van een leefsituatie van dak- en thuisloosheid.

  • 4. Is het mogelijk om ETHOS Light in afgeslankte vorm te gebruiken?

    ETHOS Light is ontwikkeld als instrument om het aantal dak- en thuisloze mensen in kaart te brengen. Deze inzichten zijn te gebruiken om vervolgens beleid op te maken of aan te passen. ETHOS Light is ontwikkeld als minimale classificatie van dakloosheid. Elke toepassing waarbij ETHOS Light in afgeslankte vorm wordt toegepast om cijfers te verkrijgen doet afbreuk aan het doel waarvoor ETHOS Light is ontwikkeld. Je neemt immers niet meer alle dak- en thuisloze mensen mee. Op basis van ETHOS Light tellingen is het wel mogelijk om diepgaander onderzoek te doen naar bepaalde leefsituaties of groepen die opvallen.

  • 5. Wat is het verschil tussen deze telling en de cijfers van het CBS?

    De ETHOS telling is op drie manieren anders dan de cijfers van het CBS. Ten eerste wordt in deze telling een bredere definitie gehanteerd (ETHOS Light) dan door het CBS. Naast mensen in de openbare ruimte en noodopvang, worden in deze telling bijvoorbeeld ook mensen geteld die vanwege een gebrek aan huisvesting verblijven in een stacaravan of auto, en mensen die verblijven bij vrienden, familie en kennissen. Ten tweede baseert het CBS zich op gemeentelijke databronnen. Hierbij worden kinderen, mensen ouder dan 65 en mensen zonder verblijfspapieren niet meegenomen. In de ETHOS telling worden alle mensen in een leefsituatie van dak- en thuisloosheid meegeteld. Ten derde is de methode verschillend. Het CBS maakt een schatting op basis van verschillende databronnen. De ETHOS telling maakt geen schatting maar is een daadwerkelijke telling.

  • 6. Waarom is tellen noodzakelijk? We weten toch dat het aantal dakloze mensen groter is dan de officiële cijfers die tot nu toe bekend zijn?

    Het is simpelweg niet mogelijk effectief beleid te formuleren gericht op het voorkomen en uitbannen van dakloosheid, als we niet weten wat we onder dakloosheid verstaan, hoeveel mensen het betreft en wie deze mensen zijn. Beleid bestaat dan uit aannames, vaak gebaseerd op vooroordelen. Voor grote groepen mensen die nu niet in beeld zijn, maar wel degelijk dak- of thuisloos zijn, wordt geen beleid gemaakt. Ze vallen buiten de boot, terwijl hun situatie van dakloosheid vaak leidt tot problemen op meerdere leefgebieden en daarmee tot veel menselijk leed. In Nederland zijn dit bijvoorbeeld mensen die gezien worden als zelfredzaam, maar toch geen toegang hebben tot passende huisvesting. Of dakloze jongeren die bij vrienden, familie of kennissen op de bank slapen. Dit zijn mensen die vaak niet voldoen aan het stereotype beeld van dakloze mensen.

    De kracht van de telling is bovendien dat inzicht wordt geboden op lokaal en regionaal niveau. Bestaande methoden geven doorgaans een schatting op nationaal niveau.

  • 7. Maakt de ETHOS telling een onderscheid tussen dakloosheid en thuisloosheid?

    Bij dakloosheid wordt vaak verwezen naar mensen die op straat en in een noodopvang verblijven, de overige leefsituaties van de ETHOS-light classificatie, zoals noodgedwongen verblijf bij familie, vrienden of derden worden vaak benoemd als thuisloosheid. In de praktijk zien we dat verschillende leefsituaties elkaar vaak afwisselen; iemand verblijft bijvoorbeeld afwisselend bij iemand op de bank, op straat en in de noodopvang. In de ETHOS-telling maken we geen hard onderscheid tussen dakloosheid en thuisloosheid. In alle leefsituaties is sprake van een gebrek aan volwaardige huisvesting. Ook situaties die vaak als ‘thuisloos worden aangeduid zijn vaak erg schrijnend omdat je afhankelijk bent van een ander voor een slaapplek, weinig tot geen privacy hebt en geen zekerheid dat je ergens kan blijven.

     

Vragen over de verschillende ETHOS categorieën – wie worden geteld?

  • 8. Waarom worden mensen die in een noodopvang of tijdelijke opvang voor dakloze mensen geteld? Zij hebben toch gewoon onderdak?

    Onderdak is iets anders dan volwaardige huisvesting. In de maatschappelijk opvang is geen sprake van volwaardige huisvesting. In de opvang moet je doorgaans voorzieningen delen met onbekenden, is het verblijf onzeker en tijdelijk van aard en zijn er vaak regels waardoor het opbouwen van een sociaal leven bemoeilijkt wordt. Dakloze mensen geven aan dat in de opvang je leven stil staat, je leeft van dag naar dag en kunt niet echt werken aan je toekomst.

  • 9. Waarom worden mensen op een vakantiepark of anti-kraakwoning geteld? Voor sommige mensen is dit toch een passende woonoplossing?

    We weten vanuit ervaringen dat dakloze mensen vaak terecht komen in onzekere woonsituaties op bijvoorbeeld een vakantiepark. Niet alle mensen die wonen op een vakantiepark of in een anti-kraakpand worden geteld. Sommige mensen verkiezen zelf deze vorm van wonen. Het criterium dat gehanteerd wordt in de telling is of mensen hier verblijven vanwege een gebrek aan passende huisvesting.

  • 10. Waarom worden mensen die een instelling zoals een gevangenis, jeugdzorg of GGZ-instelling verlaten geteld?

    Het verlaten van een instelling is een bekende route naar dakloosheid. In deze categorie kunnen mensen op twee manieren worden geteld. Ten eerste wanneer mensen naar huis mogen, maar toch blijven in de instelling omdat er geen huis is. Ten tweede worden mensen geteld die binnen 30 dagen de instelling moeten verlaten en voor wie er nog geen passende woonoplossing is. Voor hen is de situatie dusdanig urgent dat je kan spreken over dakloosheid.

  • 11. Waarom worden mensen met dreigende huisuitzetting geteld? Die zijn op het moment van tellen toch niet dakloos?

    Mensen met een dreigende huisuitzetting vallen officieel niet onder ETHOS Light. Vanuit de ervaring van de Belgische onderzoekers is deze zevende categorie toegevoegd aan de telling.
    Mensen die binnen een maand een woning moeten verlaten, zonder zicht op een stabiele woonoplossing, worden geteld. Voor hen is de situatie dusdanig urgent dat je kan spreken over dakloosheid. Een huisuitzetting is een bekende route naar dakloosheid. In de praktijk hebben mensen die uit huis worden gezet vaak geen toegang tot andere eigen huisvesting. In Nederland ontbreekt grotendeels zicht op wat er gebeurt met mensen na een huisuitzetting, wie dit zijn en hoeveel mensen het betreft. Betere cijfers kunnen gemeenten helpen preventief beleid te verbeteren.

Vragen over de methode – hoe wordt er geteld?

  • 12. De telling is een point-in-time-telling. Wat betekent dat?

    Point-in-time betekent een momentopname. Het aantal dak- en thuisloze mensen op een specifieke peildatum wordt in kaart gebracht. Een telling betekent een daadwerkelijke telling. Dat is anders dan bijvoorbeeld het in kaart brengen van dakloosheid op basis van administraties van gemeenten en hulpdiensten. Die administraties zeggen vooral iets over het aantal mensen dat ondersteuning ontvangt. De point-in-time methode blijkt beter in staat om ook verborgen dakloosheid in kaart te brengen. Beide methodes hebben het nadeel dat ze minder goed de verandering van levens van mensen over een langere periode in kaart brengen. Hiervoor zijn kwalitatieve (longitudinale) methoden meer voor geschikt.

  • 13. Wie gaan er tellen?

    De telling wordt uitgevoerd door mensen en organisaties die in contact zijn met mensen die in leefsituaties van dak- en thuisloosheid verkeren. De kracht van de methode zit in de deelname van een breed palet aan mensen en organisaties. Dit zijn bijvoorbeeld organisaties die maatschappelijke opvang bieden, inloophuizen en zorginstellingen. Maar juist ook organisaties die zich niet specifiek richten op dak- en thuisloze mensen, maar wel dakloze mensen tegenkomen. Denk bijvoorbeeld aan scholen, politie, welzijnswerkers, kerken, handhavers, NS, busdiensten, gemeentelijke reinigingsdienst, campings, vakantieparken of boswachters. In de eerste telronde zijn de helft van de dakloze mensen door deze tweede groep van organisaties geteld. Zij zijn dus cruciaal voor het volledige zicht op dakloosheid.

  • 14. Hoe gaat de teldag in zijn werk?

    Op de teldag vullen alle mensen en organisaties die meedoen vragenlijsten in over de situatie van de dak- en thuisloze personen die zij kennen. De vragenlijsten kunnen nog tot twee weken na de teldag worden ingevuld, mits de vragenlijst wordt ingevuld over de situatie zoals die op de teldag was. In de periode voorafgaand aan de telling bereiden de onderzoekers iedereen voor om mee te doen.

  • 15. Hoe gaan jullie om met de gegevens van de mensen die we tellen?

    Bij de telling worden vragenlijsten ingevuld met persoonsgegevens van dak- en thuisloze mensen. Deze gegevens zijn pseudoniem, er wordt niet gevraagd naar namen of BSN-nummers. Er wordt gebruik gemaakt van een naamcode, die bestaat uit de eerste letter van de voornaam, de eerste letter van de achternaam en de laatste letter van de achternaam. Deze naamcode is bedoeld om dubbeltellingen te kunnen identificeren (zie hieronder) en alleen toegankelijk voor de onderzoekers van de Hogeschool Utrecht. Na het uitfilteren van de dubbeltellingen worden de naamcodes verwijderd uit het databestand, en staan er in de dataset geen gegevens meer staan die herleidbaar zijn naar individuele personen.

    De uitvoering door een onafhankelijke onderzoekspartij (Hogeschool Utrecht) biedt garantie voor zorgvuldige omgang met persoonsgegevens. De methode is in lijn met de AVG en getoetst door een ethische commissie.

  • 16. Hoe voorkomen jullie dat mensen dubbel worden geteld?

    Als veel organisaties meetellen is de kans groot dat mensen vaker geteld worden. In de vragenlijst wordt daarom een naamcode gebruikt. Deze bestaat uit de eerste letter van de voornaam, de eerste letter van de achternaam en de laatste letter van de achternaam. In combinatie met leeftijd, geslacht en andere vragen kunnen dubbeltellingen worden verwijderd. Dit ontdubbelen wordt uitgevoerd door Hogeschool Utrecht. Nadat dit gedaan is worden de naamcodes en de exacte leeftijd van de getelde personen verwijderd uit het databestand, zodat data niet terug te leiden zijn naar individuele personen.

  • 17. Hoe weten jullie of alle dak- en thuisloze mensen geteld zijn?

    Dakloosheid is vaak verborgen, het ontbreken van passende huisvesting is meestal niet iets wat je aan de buitenkant kan zien. Ook classificeren veel dak- en thuisloze mensen zichzelf niet als zodanig. Het in kaart brengen van verborgen dakloosheid is de belangrijkste reden waarom deze telmethode is ontwikkeld. In de aanpak wordt in een aantal maanden toegewerkt naar de teldatum. In deze periode worden zoveel mogelijk organisaties en diensten betrokken bij de telling. Hoe breder deze groep, hoe groter de kans dat alle dak- en thuisloze mensen geteld worden. Iedereen tellen zal niet lukken, omdat er bijvoorbeeld ook dak- en thuisloze mensen zijn die niet bij organisaties of diensten in beeld zijn. Maar op dit moment is dit de meest effectieve methode om ook verborgen dakloosheid te meten.

Vragen over wat er gebeurt met de resultaten van de telling

  • 18. Hoe gaan de cijfers gemeenten helpen om effectiever beleid te maken in het voorkomen en uitbannen van dakloosheid?

    De telling geeft zicht op de aantallen en de profielen van mensen die dakloos zijn. Dit wordt gerapporteerd in zeven categorieën (van ETHOS Light). Daarmee kan een gemeente bepalen voor hoeveel (dreigend) dakloze mensen er huisvesting nodig is. De data kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt voor urgentieregelingen of het opstellen van woonzorgvisies. De profielen geven ook inzicht in oorzaken van dakloosheid en voor welke groepen er meer aandacht nodig is. De verzamelde informatie kan gebruikt worden bij het ontwikkelen van beleid om dakloosheid te voorkomen. Een eerste ETHOS Light telling kan gezien worden als nulmeting. Bij herhaling van de telling na een aantal jaar kan worden nagegaan in welke mate het beleid effectief is.

  • 19. Er is een woningcrisis, zoveel mensen zijn op zoek naar een huis. Wat kunnen we doen voor de mensen die we in kaart brengen met het telonderzoek?

    Om te zorgen voor voldoende woningen is het cruciaal om te weten hoeveel mensen een woonplek nodig hebben. De ETHOS-telling brengt dit in kaart voor dak- en thuisloze mensen; zij worden het hardst getroffen door de wooncrisis. Naast aantallen geeft de telling ook inzicht om wie het gaat, bijvoorbeeld jongeren, alleenstaanden of gezinnen. Deze gegevens kunnen gemeenten gebruiken om te zorgen voor passende woonoplossingen. Daarbij is niet alleen het bieden van extra woonplekken belangrijk, maar ook dat die woonplekken passend en betaalbaar zijn. Het beter benutten van de bestaande woningvoorraad biedt daarnaast veel mogelijkheden om extra woonplekken te creëren, bijvoorbeeld door woningdelen makkelijker te maken, leegstand tegen te gaan en kantoorpanden om te bouwen tot woonunits.

  • 20. Wat zeggen de resultaten van de eerste tellingen over de landelijke cijfers?

    Op basis van de tellingen tot nu toe kunnen nog geen uitspraken worden gedaan over het aantal dak- en thuisloze mensen in heel Nederland. Dit komt doordat de regio’s waar de tellingen zijn uitgevoerd niet representatief zijn voor heel Nederland. Wel zien we op basis van de tellingen in 17 regio’s eenzelfde patroon, waarin ongeveer een derde van de getelde mensen verblijft in de openbare ruimte of in een opvang voor dakloze mensen en het grootste deel van de mensen noodgedwongen verblijft bij vrienden, familie of derden. We zien bovendien dat ongeveer 15% kind is en 30% vrouw. Nadat volgend jaar ook in 11 nieuwe regio’s – waaronder Utrecht en Rotterdam – is geteld, is het waarschijnlijk wel mogelijk een helder en betrouwbaar landelijk beeld te geven van het aantal dak- en thuisloze mensen.

Overig

  • 21. Zijn ervaringsdeskundigen betrokken bij het uitvoeren van het ETHOS telonderzoek?

    Mensen met ervaringskennis van dakloosheid helpen mee bij de tellingen, bijvoorbeeld in de regionale groepen of als regionale coördinator.  Zij zijn belangrijk omdat zij onder andere goed kunnen adviseren over de manier waarop we ervoor kunnen zorgen dat zoveel mogelijk dak- en thuisloze mensen worden geteld. Ook in het onderzoeksteam van Hogeschool Utrecht werkt een onderzoeker met ervaringskennis.

  • 22. Wat is de rol van Hogeschool Utrecht en Kansfonds in het telonderzoek?

    Het telonderzoek is een samenwerking van Hogeschool Utrecht en Kansfonds. Het onderzoek valt onder de verantwoordelijkheid van de onderzoekers van Hogeschool Utrecht. Kansfonds financiert het onderzoek en is verantwoordelijk voor alle communicatie rond de telling.

Meer weten?

Gemeentes (en anderen) die meer willen weten over de telling dak- en thuisloosheid kunnen voor informatie terecht bij Eva Mos of Kelly Bezema.