Knalbrief: hoe fysiek en sociaal domein samen jongerendakloosheid kunnen oplossen

Deze knalbrief is bedoeld voor iedereen die dak- en thuisloosheid onder jongeren wil aanpakken – van beleidsmakers tot woningcorporaties, van hulpverleners tot vastgoedontwikkelaars. We delen hierin de belangrijkste lessen uit vijf jaar actie, experiment en samenwerking binnen het programma Alle jongeren een thuis. De kern: als het sociaal én fysiek domein de handen ineenslaan, kunnen we structurele oplossingen realiseren.

Stel je eens voor: het is 40.000 jaar voor Christus. Je bent met je familie naar het gebied gelopen dat nu Nederland heet. Het is een toendralandschap. Je leeft van de jacht op rendieren en mammoeten. Wat doe je als eerste als je op een nieuwe plek aankomt? (Een café latte bestellen en je dm’s checken is niet het goede antwoord.)

Je gaat op zoek naar onderdak. Je zoekt een grot of overhangende rots, of je bouwt een tent met dierenhuiden en botten. Een woonplek die je beschermt.  

Vooraanzicht rijtjeswoning met groene deur

Stel je dan eens voor: het is het jaar 2025. Je loopt het gebied van de gemeente Juinen in. Het is een polderlandschap. Je leeft van instant noodles. Wat is het eerste wat je doet?

Alle huizen zijn vol of te duur. Je kunt naar het gemeentehuis, maar in de maatschappelijke opvang kun je niet zomaar terecht. Een hutje voor jezelf bouwen is er niet bij: zomaar ergens gaan wonen mag niet, alle grond is al van iemand.

In de afgelopen tienduizenden jaren is er weinig veranderd aan de basisbehoefte van ons mensen: we hebben in de eerste plaats eten nodig en een dak boven ons hoofd. Toch lukt het ons nog niet om dakloosheid te voorkomen. Maar wat werkt wel? Met het programma Alle jongeren een thuis hebben ruim 100 wereldverbeteraars in Nederland gewerkt aan de paradigmaverschuiving die nodig is om dakloosheid onder jongeren op te lossen. Wat hebben we geleerd? Wat kun jij doen? Je leest het in deze knalbrief. 

Een broodnodige paradigmaverschuiving: anders kijken, anders doen 

Met ‘Alle jongeren een thuis’ werken we sinds 2020 aan een verandering in denken en doen rond jongerendakloosheid. Dat is lang, hoor ik je denken. Maar dat valt mee, want we zetten in op een paradigmaverschuiving. Een paradigma is simpel gezegd een manier van kijken, denken en doen. Zie het als een bril met felgekleurde glazen: zet je die op, dan verandert je hele blik op de wereld. Maar na een tijdje merk je het niet meer op, want die bril voelt als normaal. Zo werkt een paradigma. Pas als iemand je wijst op een andere bril, besef je dat er een andere manier van kijken mogelijk is. 

Michel in de keuken

Ook rond huisvesting bestaan zulke paradigma’s. Zo werd dak- en thuisloosheid lange tijd gezien als een zorgprobleem. Door die bril is dakloosheid een individueel probleem, van iemand die onaangepast is. De gedachte is dat je eerst ‘je leven op orde moet hebben’ voor je een huis ‘verdient’. Maar wat als we de bril omwisselen? Wat als we dakloosheid zien als een woonprobleem in plaats van een zorgprobleem? Dan begrijpen we dat een stabiele woonplek juist de basis is om verder te bouwen. Zodra we erkennen dat huisvesting de eerste stap is, veranderen de oplossingen. Dan zien we niet langer de jongere als het probleem, maar het systeem. En dát is de paradigmaverschuiving die nodig is.  

Deze paradigmaverschuiving is geen doel op zich. De verschuiving is nodig om dak- en thuisloosheid wél op te lossen, waar we daar als maatschappij de afgelopen decennia niet in slaagden. Daarom hebben we met Alle jongeren een thuis de afgelopen vijf jaar gewerkt aan dit nieuwe paradigma.

Het brein achter de theorie van de paradigmaverschuiving, wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn, stelde dat zo’n verschuiving tientallen jaren kan duren. We zijn eigenlijk dus pas net gestart. Maar de effecten zijn al merkbaar. Een belangrijke doorbraak in de paradigmaverschuiving kwam in 2022. In het Nationaal Actieplan Dakloosheid werd het belang van een paradigmaverschuiving benoemd. Waar dakloosheid vroeger als zorgprobleem werd gezien, erkende de sector dat het in de basis een woonprobleem is.

Van zorg naar wonen

Om dakloosheid op te lossen hebben we dus geen zorgoplossingen nodig, maar woonplekken. Alleen hulporganisaties en maatschappelijke initiatieven hebben daar vaak geen toegang toe. Met Alle jongeren een thuis hebben we dus zelf ook gezocht naar nieuwe vrienden: mensen in het woondomein, ook wel het ‘fysieke domein’. Denk aan woningcorporaties, particuliere verhuurders en vastgoedprofessionals. Kunnen we hen raken, overtuigen en in actie brengen om dakloze jongeren te huisvesten? Met de mond vol van de paradigmaverschuiving zetten we zelf ook onze eerste stappen in een nieuw domein. We spraken op de vastgoedbeurs Provada. We leerden over grondexploitatie (GREX) en woningbouw. Lieten ons bijspijkeren over de ‘fysieke’ en financiële kant van woningdelen- en splitsen. 

Dit is wat we leerden. 

Les 1:

  • Geld is niet het probleem

    In het fysieke domein komt woningontwikkeling maar moeizaam van de grond, want bouwmaterialen en grond zijn duur. Ook de waarde van bestaand vastgoed blijft stijgen. De ‘onrendabele toppen’ – het gat tussen de kosten van woningontwikkeling en de betaalbare huurprijzen waar de overheid naar streeft – zetten betaalbare woningbouw onder druk. Het sociaal domein aan de andere kant, geeft veel geld uit aan het stutten van dak- en thuisloosheid. De gemeente Rotterdam bijvoorbeeld besteedt jaarlijks alleen al meer dan 25 miljoen aan de maatschappelijke opvang. En dat is dus alleen opvang, het lost dakloosheid niet eens op. 

    De miljoenen vliegen je dus om je oren.   

    Maar toch: geld is niet het probleem. Verkokering van financiering en de verschillende termijnen waarmee gerekend wordt in het sociaal en het fysiek domein wel. Dat lichten we toe. In het sociaal domein wordt gekeken naar inkomsten en uitgaven. Alles wat een gemeente doet aan het oplossen/bestrijden van dakloosheid, is een uitgave. De baten ervan staan niet op de gemeentelijke balans. Bovendien wordt in het sociaal domein veelal gefinancierd in korte termijnen tot maximaal zo’n vier jaar vooruit. In het fysiek domein draait het niet om inkomsten en uitgaven, maar om kosten en baten. Dat maakt dat je daadwerkelijk kunt investeren in iets en daar rendement uit kunt halen. Voorbeeld: een woning die je nu laat bouwen, kost geld, maar door het rendement van de verhuur haal je er de komende dertig jaar ook baten uit. Deze bril van investeren en rendement heeft het sociaal domein niet.  

    Deze verkokerde kijk op financiën maakt het nu lastig om de uitgaven in adequate woonoplossingen uit te voeren. Idealiter gebruik je de kosten die de gemeente aan opvang besteedt om de onrendabele toppen te dekken. Dan heb je je betaalbare woningen en bespaar je bovendien toekomstige uitgaven in het sociaal domein. Maar omdat in het sociaal domein niet gerekend wordt met investeren en rendement, landt dit nergens. De som klopt als een bus, maar de verkokerde organisatie belemmert de uitvoering. Terwijl dit soort domeinoverstijgende oplossingen een mooi voorbeeld kan zijn van het nieuwe paradigma. 

     

Wat kun jij doen?

  • Maak bij je projectontwikkeling een brede business case in plaats van een smalle. Dak- en thuisloosheid kost namelijk veel geld. Als je woonplekken creëert bespaar je dát, en nog veel meer maatschappelijke kosten. Gebruik de maatschappelijk prijslijst. 

Ik dacht dat geld het belangrijkste probleem zou zijn bij het realiseren van woonplekken voor jongeren. Toch blijkt in de praktijk geld vaak niet het grootste hangijzer waarom er te weinig woonplekken voor dakloze jongeren worden gerealiseerd. De manier waarop we het georganiseerd hebben is het probleem.

Willem van Sermondt programmaleider Kansfonds

Les 2:

  • Ander domein, andere denkbeelden

    In het sociaal domein spraken we vroeger over ‘daklozen’, ‘zwerfjongeren’, soms in een adem met ‘verslaafden’ of ‘kanslozen’. Dat gebeurt nu meestal niet meer: we spreken over mensen die dak- of thuisloos zijn. Dat klinkt misschien als een taalding, maar het zegt iets over de emancipatie van mensen die dakloos zijn. Door iemand een dakloze’ te noemen, vereenzelvig je de persoon en de dakloosheid. Een mens die dakloos is heeft een probleem, maar is en blijft bovenal een mens. Deze taalverandering gaat in het sociaal domein hand in hand met de emancipatie van mensen die dak- en thuisloos zijn: ze worden meer en meer zelf ook betrokken bij het oplossen van dak- en thuisloosheid, bijvoorbeeld door de inzet van ervaringskennis bij het maken van beleid.   

    De meeste partijen in het woondomein kennen de groep mensen die dak- en thuisloos is niet. En onbekend maakt onbemind. In het fysieke domein is de positie van dak- en thuisloze mensen nog niet zo bestendigd als in het sociaal domein: ervaringskennis speelt meestal geen rol en woningzoekenden – laat staan dak- en thuisloze mensen – worden niet per se betrokken bij woningontwikkelingDaar komt nu wel beweging in: zo heeft de Woonbond onlangs het platform Woonzoekers gelanceerd, dat bij woningontwikkeling de stem van woningzoekenden vertegenwoordigt.  Maar dit veranderen in het hele fysieke domein vergt nog wel een lange adem. 

    Tegelijk kan het sociaal domein ook veel leren van het fysieke domein. Denk aan de manier waarop (sommige) nieuwe wijken worden ontworpen. Met modulaire bouw, waarbij woningen in de toekomst passend gemaakt kunnen worden door bijvoorbeeld muren te verplaatsen. Met aantrekkelijke buitenruimten die het welzijn van mensen en kinderen bevordert. 

     Een ander voorbeeld uit het fysiek domein. Bij de grootschalige woning ontwikkellocaties (NOVEX-gebieden) wordt onderzocht of die expliciet integraal ontwikkeld kunnen worden: dat wil zeggen dat in de toekomstige nieuwbouwwijken bij voorbaat rekening gehouden wordt met de behoeften van de toekomstige bewoners. Op die manier kun je bij voorbaat voorzien in voldoende maatschappelijke voorzieningen, preventieve maatregelen die de zorgbehoefte van bewoners verkleinen en beschikbare woonplekken bij dreigende dak- en thuisloosheid. Dit is nog lang geen praktijk, maar het feit dat het in de ideeënfase een rol speelt zegt iets over de veranderende beeldvorming rond maatschappelijke vraagstukken als dakloosheid. 

Wat kun jij doen?

  • Leer de woningzoekenden kennen, bijvoorbeeld door het platform Woonzoekers te betrekken. Behandel mensen die dak- en thuisloos zijn niet anders dan andere woningzoekenden – het zijn gewoon mensen.  

Heijmans streeft ernaar mensen gelukkiger te maken. Het hebben van een dak boven je hoofd is daarvoor vereiste nummer één! Vanuit Heijmans vinden we het belangrijk te bespreken wat onze rol is als vastgoedontwikkelaar bij het oplossen van dakloosheid. Door met ‘Alle jongeren een thuis’ op te trekken hebben we veel geleerd over elkaars perspectieven.

Christiaan Cooiman Heijmans

Les 3:

  • Van individueel probleem naar collectief probleem

    In het oude paradigma werd dak- en thuisloosheid gezien als een persoonlijk probleem. Jij bent dakloos, je zult het er misschien zelf naar gemaakt hebben, en je moet het zelf ook proberen op te lossen. Je ziet dit ook terug in de selectie aan de poort bij veel maatschappelijke-opvangplekken: als je ‘alleen’ een woonprobleem hebt, krijg je vaak geen toegang, omdat je gezien wordt als ‘zelfredzaam’. Maar dit beeld past niet meer bij de huidige maatschappelijke situatie: in Nederland hebben we te weinig passende woningen. Mensen die dakloos zijn, kunnen hun dakloosheid vrijwel nooit zelf oplossen, domweg door schaarste. Op die schaarste hebben ze helemaal geen invloed. 

    Vanuit Alle jongeren een thuis zien we dit ‘eigenschulddogma’ langzaam afbrokkelen. Met name het maatschappelijke middenveld – initiatieven, vrijwilligersorganisaties, ondernemers – pakt meer en meer zelf het initiatief om betaalbare woonplekken te creëren voor (dreigend) dakloze mensen. Bedrijf en Samenleving Haarlem doet dit al een aantal jaar, de Rotterdamse Douwers hebben in 2024 hun eerste ‘Douwershuis’ geopend. Kamers met Aandacht koppelt mensen die een kamer over hebben aan jongeren die een kamer zoeken. Housing First Nederland is het initiatief TUIS gestart, waarbij zij de verhuur en het beheer op zich nemen voor particulieren die een woonplek kunnen bieden aan een jongere. Kansfonds is bezig met het oprichten van een maatschappelijk vastgoedfonds, van waaruit het betaalbare huurwoningen gaat aanbieden. Het IPW zet met haar woontak actieonderzoeken op rond beter benutten van bestaande bouw, zoals woningdelen en (zacht) splitsen. We spraken afgelopen tijd meerdere mensen, ondernemers, betrokken inwoners van hun stad, die écht mee willen doen, denken en financieren om dakloze jongeren een plek te bieden. Al deze mensen verdienen poezenplaatjes. Ons gevoel is dat deze groep groeit, ook al is dat misschien onze gekleurde bril.

     

Wat kun jij doen?

  • Zoek medestanders: niet in de geijkte hoeken, maar gewoon overal. Er zijn genoeg burgers, ondernemers, buren en familie die zelf een rol willen spelen in het oplossen van de wooncrisis. Weten ze niet hoe? Verken het zelf met ze, wijs ze op deze knalbrief of stuur ze naar ons.
  • Heb je een woning over? Verhuur het via TUIS Nederland aan jongeren, zij nemen het beheer op zich.

Bij het realiseren van wooncomplex De Tafelberg was het vinden van de juiste partners een zoektocht. We zochten mensen die kansen zagen in plaats van alleen de risico’s. (In gesprekken met partijen die niet wilden meewerken, leerden we hoe we de volgende partner beter konden benaderen en overtuigen.) Want uiteindelijk bestaan organisaties uit mensen – en als de mens wil, kan die ook zijn organisatie in beweging brengen. Dit soort initiatieven kun je niet alleen realiseren, zeker niet als zorginstelling.

Gabriela Aguirrezabal De Tafelberg

Les 4:

  • Regels zijn vlegels

    Bureaucratie is mooi spul. Maar het kan ook best wel in de weg zitten. Waar we in de beginfase van Alle jongeren een thuis vooral hebben gelobbyd op het wegnemen van belemmeringen in het sociaal domein (denk aan de kostendelersnorm, omklapcontracten en de vierwekenzoektermijn), is onze blik verschoven naar de belemmeringen in het financiële en fysieke domein.

    In een actieonderzoek woningdelen voor jongeren dat we met woningcorporatie Talis doen liepen we bijvoorbeeld aan tegen die regels. Talis bouwt in eengezinswoningen een extra badkamer, zodat er twee eenpersoonshuishoudens kunnen wonen in plaats van één. Dat biedt meer huishoudens een woonplek. Ze noemen dit ‘zacht splitsen’. Dat is nodig, want ongeveer tweederde van de woningzoekenden is alleenstaand, terwijl een groot deel van de woningvoorraad van corporaties voor gezinnen is gebouwd. Maar als iemand met een uitkering op deze manier een woning deelt, kan hij gekort worden op zijn uitkering en ontvangt hij geen huurtoeslag. Dan is woningdelen dus duurder dan alleen wonen. Superzonde. In een actieonderzoek met gemeente Nijmegen poetsen we potentiële belemmeringen weg, zodat woningdelen wél beschikbaar is voor jonge mensen met een laag inkomen.  

     Een ander voorbeeld: voor onzelfstandige woonruimten – zoals die woningen van Talis – ontvangen bewoners nu geen huurtoeslag. Daardoor betalen huurders netto meestal minder huur voor een hele woning dan voor een gedeelde woning. Dat is niet alleen raar, het is ook zonde. Je kunt dit oplossen door de woningen die woningcorporaties zacht splitsen ‘aan te wijzen voor huurtoeslag’. Dat vraagt om een wetswijziging, maar het kan tienduizenden extra woonplekken voor minima creëren. Stel, je biedt woningdelers huurtoeslag. Dat betekent dat je voor 300 euro per maand een extra woonplek creëert. De ontwikkelkosten van een nieuwbouwwoning zijn 230.000 euro. Van dat geld kun je meer dan 63 jaar huurtoeslag betalen. Qua kosten-baten een no-brainer dus. 

Wat kun jij doen?

  • Neem de olifantenpaadjes. Kijk op thuissleutels.nl welke oplossingen al zijn bedacht en neem die gewoon over. Beter goed gejat ..!  
  • Als iemand zegt: ‘Dat mag niet’, vraag dan altijd: ‘Waar staat dat?’ Van welke wet of regel mag het niet? Zijn er uitzonderingsgronden te vinden? Of is er een andere wet of regel waarvan het wél mag? 

Dakloosheid overkomt jongeren niet zomaar; het is een gevolg van hoe wij onze samenleving organiseren. Het is aan ons allemaal om ervoor te zorgen dat wonen voor jongeren weer vanzelfsprekend wordt. Wat eerder onmogelijk leek, blijkt haalbaar als we écht durven kiezen voor daden. Deze jongeren verdienen onze inzet en het herstel van hun thuis.

Thijs Honig directeur MO Den Bosch
picto-jaarverslag-2021_poppetje met huis

Wat kun jij doen om dak- en thuisloosheid onder jongeren aan te pakken? 

We praten graag met je verder! In het verlengde van deze knalbrief, hebben Kansfonds en het Instituut voor Publieke Waarden (IPW) een workshop ontwikkeld. Een sessie boordevol praktijkvoorbeelden en ruimte om te leren van elkaars ervaringen, met als doel: geleerde lessen omzetten in concrete stappen richting een thuis voor álle jongeren.

Doe mee, denk mee, werk mee!

De workshop verzorgen we bijvoorbeeld tijdens het congres Dakloos in Nederland  op 27 november 2025. Wil je doorpraten of wil je onze workshop tijdens jouw bijeenkomst? Neem dan contact op met Willem.

Instituut voor Publieke Waarden

Denken, doen, leren