‘De stad moet van iedereen zijn’

Voor Ronald Wiggers, directeur van Stadsgoed, is vastgoed veel meer dan stenen. Al vijfentwintig jaar koopt en restaureert hij panden in de Amsterdamse binnenstad, altijd met een groter doel voor ogen. ‘Vastgoed is voor mij een instrument om een leefbare stad mogelijk te maken.’

Je moet laten zien dat het anders kan. Dat is misschien minder lucratief, maar wel betekenisvol.

Ronald Wiggers Directeur Stadsgoed

Souvenirwinkels vol prullaria, coffeeshops achter vervallen gevels, dag en nacht geopende raambordelen – eind jaren negentig bepaalden ze het straatbeeld van de Amsterdamse binnenstad. Veel van die panden waren in handen van criminelen en dienden om geld wit te wassen. De gemeente besloot in te grijpen en schakelde vastgoedbedrijf Stadsgoed in om de gebouwen weer toekomst te geven. ‘Dat doen we nog steeds: panden opknappen en er weer plekken van maken waar de buurt iets aan heeft.’ In een huizenmarkt die vaak draait om torenhoge huren en snelle winst, zwemt Stadsgoed juist tegen de stroom in. ‘We gaan voor gematigde huurprijzen en een mix van bewoners: van agenten en leraren tot kunstenaars, starters en kleine winkeliers’, zegt Ronald. ‘Het levert financieel minder op, maar je krijgt er een stad voor terug die in balans blijft.’

Een huiskamer op de wallen

Stadsgoed kijkt altijd naar wat een buurt nodig heeft. Gebiedsgericht werken, noemt Ronald dat. Zo ook aan de Oudezijds Voorburgwal, midden op de Wallen. Pal naast het Leger des Heils bouwen Stadsgoed en Kansfonds samen aan een nieuw project: zeven woningen voor voormalig dakloze mensen. Ronald legt uit: ‘Iedereen krijgt een eigen kamer, maar er is ook een plek om samen te koken of tv te kijken. De begeleiding wordt volledig verzorgd door Stichting Het Koffiehuis. Zij kennen de doelgroep door en door en helpen dakloze mensen om de regie over hun leven terug te nemen. Zij dragen ook de bewoners aan. Een groep die elkaar al kent en overdag samenwerkt vergroot de kans dat het samenleven slaagt. Het gaat om mensen die vaak jarenlang op straat hebben geleefd, soms zonder paspoort, BSN of bankrekening. Zonder die basis kun je bij de gemeente nergens terecht. Juist daarom vonden wij dat we in actie moesten komen. Ieder mens heeft namelijk recht op een plek om thuis te komen.’ Hoeveel verschil een dak boven je hoofd kan maken, zag Ronald bij een man die al twintig jaar in het Vondelpark sliep, zomer en winter. ‘Hij had alleen een slaapzak en een vuilniszak en bewaarde die onder een struik. Iedere dag leefde hij met de angst dat ze zouden worden weggehaald. Toen hij eindelijk een kamer kreeg, ging het snel beter. Nu werkt hij drie dagen per week bij een aannemer en kookt hij wekelijks voor dakloze mensen. ’

Van advocatuur naar zingeving

Voor Ronald bevestigen dit soort verhalen steeds weer waarom hij dit werk doet. ‘Tijdens mijn studententijd liep ik elke dag langs de Wallen’, vertelt hij. ‘Op een winterdag zag ik een meisje in haar ondergoed in de sneeuw staan, omringd door mannen. Pooiers vermoed ik. Ze zag er zo bang en breekbaar uit. Voor mij werd dat het gezicht van wat er in de binnenstad misging: panden in handen van criminelen die mensen uitbuiten. Dat heftige beeld van het meisje ben ik nooit meer kwijtgeraakt.’ Jarenlang werkte Ronald als jurist en in de makelaardij, maar het gevoel dat hij iets wilde doen aan dat onrecht bleef. ‘Met maatschappelijk vastgoed kan ik eindelijk iets terugdoen: panden inzetten om mensen te beschermen. Daarin heb ik gevonden wat ik eerder miste: betekenis. Dat gun ik iedereen.’

Een dorpsgevoel in de grote stad

In de vijfentwintig jaar dat Stadsgoed actief is, zag hij de binnenstad veranderen. Waar op sommige plekken dubieuze eigenaren de dienst uitmaakten, wonen nu weer gezinnen en studenten. Ook kleine ondernemers hebben er hun plek weer gevonden. Dat maakt hem trots. Wel ziet hij ook nieuwe uitdagingen. ‘De druk op de huizenmarkt is enorm. Als we niet oppassen, wordt de stad alsnog onbetaalbaar en alleen voor de rijken. Dan verlies je de balans, en juist die balans is zo belangrijk voor de leefbaarheid. Daarom blijven we inzetten op gematigde huren en een mix van bewoners. ’Voor Ronald betekent goed samenleven zelf het goede voorbeeld geven: eerlijke huurprijzen, bewoners serieus nemen, zorgen dat mensen vooruit kunnen. ‘Ik kan moeilijk zeggen dat de stad van iedereen moet zijn, als wij ondertussen alleen maar aan winst zouden denken. Je moet laten zien dat het ook anders kan. Dat is misschien minder lucratief, maar wel betekenisvol. Wat er dan plaatsvindt, is het allermooist: bewoners voelen zich gezien, krijgen kansen en zetten zich daarna zelf in voor de buurt. Als dat gebeurt, weet ik dat we goed bezig zijn. Daar doe ik het voor.’

Mede lezen?

Dit artikel komt uit ons magazine Mede. Meer lezen? Maak snel een abonnement aan en ontvang Mede voortaan gratis in je brievenbus.

Ja, stuur mij Mede