Wim had een goede baan bij het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, en later in de automatisering. Maar toen zijn huwelijk strandde en zijn alcoholgebruik dramatisch toenam, stortte alles in. Hij verloor zijn huis, bleef achter met een schuld van ruim 150.000 euro en kwam onder bewind te staan. Vanaf dat moment begon de neerwaartse spiraal die hem in 2006 uiteindelijk in de dak- en thuislozenopvang deed belanden.
Periode van overleven
„Ik schaamde me toen ik in de opvang terechtkwam” vertelt Wim. „Maar ik deed alsof het allemaal wel ging en hield de schijn op voor de buitenwereld. Dat doet vrijwel iedereen die in armoede leeft. Het is één grote poppenkast, want je wil niet dat mensen je als mislukkeling zien.” De periode die volgde, was er een van overleven. „Ik werd niet meer gevraagd voor uitstapjes. Vrienden dachten: het kost geld, dus Wim kan toch niet mee. Die beslissing werd voor mij gemaakt. Alsof ik er niet meer bij hoorde. Dat deed pijn. Je voelt je steeds minder waard worden. Toen ik in de opvang zat, kon je vaak niet douchen of je kleren wassen. Dat heeft een enorme impact. Als je jezelf ruikt, tast dat je eigenwaarde aan. Je voelt je minder mens.”

Nieuwe veerkracht
Toch ontdekte Wim ook nieuwe veerkracht. „Met weinig geld word je creatief. Ik kookte schotels voor meerdere dagen. Een jachtschotel, nasi, een stoofschotel – dan had ik in ieder geval een paar dagen eten. En een tweedehands fiets tikte ik ergens op de kop. Een bevriende fietsenmaker zorgde dat hij weer in orde was. Zo vond ik overal oplossingen.” Van 2006 tot 2019 stond Wim onder bewind en kreeg hij 45 euro zakgeld per week. Zijn leven stond hierdoor jarenlang stil. „Ik moest echt de eindjes aan elkaar knopen. Ik heb een periode gehad dat ik een week deed met één brood. Als er iets kapotging in huis had ik een groot probleem. Maar ik heb leren budgetteren als geen ander. Ik hield kasboekjes bij en wist precies wat erin kwam en wat eruit ging.”
Waardigheid
De vooroordelen over armoede vond en vindt Wim misschien nog wel het zwaarst. „Het stigma is nog steeds: eigen schuld, dikke bult. Maar dat is dikwijls helemaal niet het geval. Er zijn zoveel redenen waarom iemand in armoede raakt. Niemand kiest daarvoor.” Ook professionals reageerden soms neerbuigend. „Ik wilde gewoon dat iemand naast me ging zitten en vroeg: wat heb jij nodig? Maar vaak kreeg ik vooral te horen wat ik verkeerd had gedaan. Dat helpt niet. Schaamte gooit deuren dicht. Als je erover kunt praten, komt er een oplossing.” Gelukkig ziet hij dat het ook anders kan. Wim: „Organisaties zoals Kansfonds kijken verder. Zij luisteren echt en gaan naast mensen zitten in plaats van boven hen te staan. Dat geeft waardigheid terug.”