Karim is een voorvechter van inclusiviteit en gelijkwaardigheid in ons onderwijssysteem. En dat heeft alles met zijn eigen levensweg te maken. ‘Op school voelde ik me heel normaal, tot de cito-toets. Ik scoorde havo-vwo, maar mijn leraar gaf me een lager advies. “Richt je pijlen maar niet te hoog”, zei hij. Mijn ouders zijn eerste generatie Nederlanders, uit Marokko. Ik had met die achtergrond al genoeg hooi op mijn vork, vond hij. Ik voelde me zo onderschat! Ik kreeg verkeerde vrienden en deed verkeerde dingen.
We ‘hingen’ vaak hier om de hoek, bij het bruggetje. Daar gebeurde van álles. Een wijkagent – Hans heette hij – kwam vaak bij ons zitten, sloeg dan een arm om me heen en zei: “Doe nou eens normaal joh, jij kan zóveel meer.” Ook een oom zag mijn potentie en spoorde me aan om toelating te doen tot het hbo. Toen ik werd aangenomen, hervond ik mijn passie en ambitie. Het was echt een verschil van dag en nacht!’
