De huiskamer van Delft

Mensen hebben een fundamentele behoefte aan verbondenheid. Maar niet iedereen slaagt erin die tot stand te brengen. In sommige levens heerst de stilte. Interkerkelijk Diaconaal Centrum De Jessehof biedt Deftenaren een plek om die stilte te doorbreken. En in gesprek te komen met anderen.

Bijdrage Kansfonds

€ 30.000

Aanvrager

Doelgroep

Kwetsbare ouderen

Een luisterend oor. Een kopje koffie. Een beetje structuur. Dat vinden bezoekers bij De Jessehof. ‘Veel van deze mensen zitten de hele week thuis en hebben geen reden om naar buiten te gaan’, zegt Anita. ‘Wij bieden een laagdrempelige manier om contact te leggen met anderen. De gesprekken werken relativerend. Veel mensen geven zichzelf de schuld van hun situatie. Als ze een soortgelijk verhaal horen, biedt dat troost.’

Vijf dagdelen per week kunnen bezoekers een praatje maken, computeren en anderen ontmoeten. ‘Als het nodig is, verwijzen we door naar een hulpverlener. En op zaterdag geven we Nederlandse les. Doordeweeks is er ook een pastor aanwezig. Met hem of haar kunnen bezoekers wat dieper ingaan op hun problemen.’

'Het wordt steeds stiller'

‘Nadat mijn man overleed, kwam ik in het gebouw boven de Jessehof te wonen. Er woonden destijds veel oudere mensen. Ik kende ze allemaal, en zij mij. In het zaaltje waar nu het inloopcentrum zit, organiseerde ik activiteiten: gymnastiek, kaartavonden, volksdansen, koffieochtenden, noem maar op. Ik was er druk mee. ook had ik alle bewoners twee kaartjes gegeven, met ‘goedemorgen’ en ‘welterusten’ erop. Om ’s ochtends en ’s avonds voor het raam te zetten. Als er tijdens mijn rondje een kaartje ontbrak, ging ik poolshoogte nemen. Iemand lag dan soms op de vloer, of was in de stoel in slaap gevallen.’

‘Toen ik 83 was, stuurde de dokter me naar een verzorgingshuis. Na acht maanden was ik 29 kilo afgevallen. Stille heimwee, zo bleek. Ik wilde terug naar de drukte en de gezelligheid. dat is toen geregeld, maar het is hier niet meer hetzelfde. Er wonen allemaal nieuwe, jonge mensen. Ik ken ze niet. Ze gaan elke dag naar hun werk. Het wordt steeds stiller. Niemand om even mee te kletsen. Met drie vriendinnen van vroeger ga ik een paar ochtenden per week naar de Jessehof. om herinneringen op te halen en een praatje te maken. Gelukkig zie ik mijn kinderen nog regelmatig. Verder moet ik mezelf bezighouden. dat doe ik vooral met handwerken. Laatst heb ik 75 mutsjes en sokjes gebreid voor couveusekindjes in het ziekenhuis. En begin november lagen mijn kerstkaarten al klaar.’

Tegen eenzaamheid

De Jessehof kent een kleurrijke groep bezoekers. ‘Al jaren bieden we één keer per maand een maaltijd aan voor dak- en thuislozen’, zegt Anita van Velzen, algemeen coördinator van De Jessehof. ‘Gaandeweg zag ik sommigen uit die groep een huisje krijgen, anderen een baan. Toch bleven ze komen. Ondanks de nieuwe verworvenheden bleven ze zich kwetsbaar, eenzaam en buitengesloten voelen. Op dat moment begreep ik dat er naast de zichtbare groep van dak- en thuislozen een grote groep is die wél een dak boven het hoofd heeft maar geen sluitend sociaal netwerk.’

‘Liefde, aandacht en acceptatie. Dat zoekt iedereen. Ook hier.’ Paola van Acken is vrijwilliger bij De Jessehof. ‘Daklozen, verslaafden, bejaarden, ggz-patiënten − ik praat met iedereen. Ook over mijn eigen bezigheden. Dan wordt het een echt gesprek. Elke stad zou zo’n huiskamer moeten hebben. We voorzien hiermee duidelijk in een behoefte.’

‘Elke stad zou zo’n huiskamer moeten hebben.’

Paola van Acken, vrijwilliger

Mensen leven weer op

Een echte oplossing voor eenzaamheid is De Jessehof niet, denkt Paola. ‘Daarvoor moet je vijftig jaar terug in de tijd. Toen we nog elke zondag naar de familie gingen, na school een kopje thee dronken met moeder en vrijwel alle buren kenden. Maar de samenleving is geïndividualiseerd. Niet iedereen kan daar even goed in meekomen.’ In De Jessehof ziet ze mensen opleven. ‘Er zijn al drie stelletjes ontstaan.’